Skip to content

De business case voor een warmteproject: wat zijn de do’s & dont’s?

Als je de business case voor een duurzaam warmteproject opstelt, zijn er verschillende knoppen om aan te draaien. Jan Willem Zwang, specialist in de ontwikkeling, financiering en exploitatie van duurzame energieprojecten en docent van NIWT, vertelt wat er komt kijken bij een business case voor een aardgasvrije warmte-oplossing.

 

De vereiste investeringen, de verwachte inkomsten en kosten en het gewenste rendement. Dat zijn de belangrijkste bouwstenen van de business case voor een collectieve warmte-oplossing. “Als je de investeringen, kosten en rendementseis op een rij hebt, dan kan je aan de knoppen gaan draaien om de gewenste opbrengsten te gaan realiseren”, vat Jan Willem Zwang samen. “Daarbij spelen naast financieringsmogelijkheden en investeringsafwegingen ook actuele omstandigheden en risico’s mee. Denk aan de mogelijkheden voor een subsidie of een lening met een lage rente, en veranderingen in de gas- en elektriciteitsprijzen.”

Jan Willem Zwang is oprichter en eigenaar van Stratergy, een adviesbureau dat is gespecialiseerd in de ontwikkeling, financiering en exploitatie van duurzame energieprojecten. Hij is al jarenlang betrokken bij de realisatie van warmteprojecten en werkte voor onder meer Essent, AVR, Eteck en AEB. Hij verzorgt de module over finance in de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie en is docent van de cursus Financiering en business case in de warmtetransitie.

Zwang onderscheidt drie soorten investeringen die nodig zijn voor warmteprojecten: in de opwek, de infrastructuur en de binneninstallaties in gebouwen. “Het is vaak heel lastig om aan de investeringskosten voor een warmtenet te sleutelen. Als je bijvoorbeeld gaat beknibbelen op het leidingenwerk, dan kan je in een latere fase van een project mogelijk niet de hoeveelheid warmte leveren die je zou willen, of er treedt veel warmteverlies op. En als je bespaart op onderhoudscontracten, dan kan dat ten koste gaan van de kwaliteit van het onderhoud en tot allerlei kosten voor reparatie of vervanging leiden.”

Terugverdiencapaciteit

Een belangrijk financieringsvraagstuk om je als warmteprofessional in te verdiepen heeft volgens Zwang te maken met de manier waarop je de totale investeringen verwacht terug te verdienen. “De basis daarvoor is meestal de prijs voor de geleverde warmte. Daarnaast spelen de bijdrage aansluitkosten (BAK) en het vastrecht mee. De maximale warmtetarieven worden jaarlijks vastgesteld door de ACM. In publiek-private samenwerkingsverbanden wordt vaak gekozen voor een prijskorting, terwijl commerciële partijen doorgaans standaard de maximale tarieven hanteren. Dat is een keuze die – net als de hoogte van de BAK – directe impact heeft op de business case.”

Een warmtenet komt in de praktijk alleen van de grond als het project rendabel is. Maar wat is rendabel precies? Zwang: “De vereiste investeringen en de terugverdiencapaciteit – die wordt bepaald door de BAK, het vastrecht en de variabele kosten voor de geleverde warmte – moeten uiteindelijk in balans zijn met de rendementseis. Maar je bepaalt zelf welk rendement je stelt. Commerciële partijen gaan soms uit van een rendement van 10 procent, terwijl een gemeente misschien 4 procent al voldoende vindt om de risico’s af te dekken.”

In drie stappen naar een business case

Om aan de slag te gaan met de business case voor een warmtenet zijn dus verschillende calculaties en afwegingen nodig. Waar start je? Wat zijn de vervolgstappen? “Het begint allemaal met een idee: je wilt een plan realiseren en daar de juiste warmte-oplossing voor vinden”, benadrukt Zwang. “Neem de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk, of de uitbreiding van een winkelcentrum of een bedrijventerrein. De warmtelevering moet aan een aantal juridische voorwaarden voldoen, en er zijn verschillende technische keuzes te maken. Na de eerste ideefase volgt daarom een heleboel uitzoekwerk. Wat is de schaalgrootte van het project? Welke lokale bronnen zijn er mogelijk, gezien de warmtevraag van de gebouwen? Daarna start je eigenlijk pas met de financiële vraagstukken. Wat zijn de kosten van de verschillende mogelijke oplossingen? Wat zijn de marktprijzen voor de aanleg van de infrastructuren? Welke kosten komen er kijken bij de aanleg en exploitatie van de bron?”

In de derde stap worden de business cases van de diverse opties uitgewerkt. Daarbij wordt verder ingezoomd op de vereiste investeringskosten, de te verwachten inkomsten en het gewenste rendement. “Elk onderdeel van de business case moet je kunnen onderbouwen. Bijvoorbeeld met offertes van leveranciers, maar ook met cijfers over de warmtetarieven en onderzoeken naar de actuele en toekomstige ontwikkelingen in de energiemarkt. Dat vraagt ook om een visie van jou als professional in de warmtetransitie. Staan financiële afwegingen voorop, of geven zaken zoals comfort of keuzevrijheid voor eindgebruikers de doorslag?”

Eyeopener

Tijdens de tweedaagse cursus Financiering en business case in de warmtetransitie deelt Zwang praktisch toepasbare inzichten, tools en cases. Deelnemers krijgen handvatten om zelf een business case op te stellen voor een warmteproject, en daarbij de verschillende risico’s te verminderen. Er komen thema’s aan bod zoals de stakeholders in het financiële landschap van de warmtetransitie, subsidiemogelijkheden en optimalisaties.

Voor veel deelnemers is de berekening van het rendement op een investering een ware eyeopener, vertelt Zwang. “Commerciële partijen hanteren naar eigen zeggen vaak lage rendementen. Maar het rendement dat jaarlijks wordt geboekt – dat vaak wordt weergegeven in het resultaat na belasting – is niet het enige waarop je moet letten. Minstens zo belangrijk zijn de kasstromen, die bestaan uit de betalingen en ontvangsten van de bankrekening. Het resultaat kan negatief zijn, maar vaak is de kasstroom dan positief. En daar kijken de aandeelhouders en banken naar: geld op de rekening.”

Let op financiële risico’s én kansen, adviseert Zwang. “Denk alleen al aan de warmteprijzen waarmee je rekent. De warmtetarieven van de ACM zijn gekoppeld aan de gasprijzen. Als jouw project sterk afhankelijk is van elektriciteit, zoals bij warmtenetten met een warmtepomp als bron, en de prijzen voor stroom dalen dan verbetert het rendement. In de energiemarkt zijn voortdurend allerlei nieuwe ontwikkelingen. Een realistische business case houdt rekening met mee- én tegenvallers.”

 

De financiering van warmteprojecten komt uitgebreid aan bod in de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie, die alle actuele inzichten deelt over de verschillende aspecten van de Nederlandse warmtetransitie. Tijdens de NIWT-cursus Financiering en business case in de warmtetransitie duik je de diepte in, en ga je zelf met praktijkvoorbeelden en business cases aan de slag. Kijk voor het volledige programma, de startdata en informatie over aanmelden op de website.

Protest weerstand warmtetransitie

Van weerstand naar medewerking in de warmtetransitie

De transitie naar aardgasvrij verwarmen is ingrijpend en complex, en roept regelmatig weerstand op. Hoe kun je als professional het beste mee omgaan? Christien Reichardt, trainer transitievaardigheden, deelt ervaringen, inzichten en tips.

“De transitie naar duurzame warmte raakt elke Nederlander. De overstap naar aardgasvrij wonen betekent dat mensen afscheid moeten nemen van een vertrouwde warmtebron en elektrisch gaan koken. En dan is er ook nog het vooruitzicht dat de straat opengebroken wordt en de cv-ketel uit huis verdwijnt. De alternatieven voor aardgas roepen dan ook regelmatig vragen en zorgen op. Hoe werkt een elektrische warmtepomp precies? Wat zijn de gevolgen voor mijn energierekening? Wat gebeurt er in mijn meterkast als er een warmtenet in mijn buurt komt?

Het omgaan met weerstand is dan ook een veelgehoorde leervraag van de deelnemers aan onze opleidingsprogramma’s. Draagvlak is daarom een thema dat in diverse NIWT-cursussen aan bod komt.

Weerstand bestaat niet

In onze opleidingsprogramma’s werk ik graag samen met trainingsacteurs. Zij kunnen uitstekend een bewoner spelen die bezwaar maakt in de transitie naar aardgasvrij wonen. Vaak vraag ik dan: speel maar iemand met flink veel weerstand, dat helpt voor de oefening.

Ik zal nooit vergeten dat een actrice eens antwoordde: “Ik snap wel wat je me vraagt te spelen, maar realiseer je dat zoiets als weerstand helemaal niet bestaat. Vanuit mijn perspectief ben ik me niet aan het verzetten omwille van het verzet, maar ben ik vooral aan het strijden voor mijn eigen belang. In gesprekken waarin het belang niet wordt gehoord, voel ik me oprecht boos. De ander ervaart dat misschien als weerstand. Maar ík ervaar vooral dat de ander aan het drammen is en mijn perspectief daarop totaal vergeet.”

Zoek naar de behoefte

De boodschap is duidelijk: een bewoner heeft een eigen behoefte of zorg, waardoor hij of zij niet mee wil met jouw plan. Er is geen onwil, maar een ander belang. De sleutel tot succes is om ruimte te creëren voor verschillende visies en om te zoeken naar de onderliggende behoefte of drijfveer. Dat doe je door veel te luisteren, samen te vatten en in te gaan op signalen die je bij de ander opmerkt. Dan kom je erachter dat de bezwaren tegen de overstap naar aardgasvrij heel uiteenlopend zijn. Waar de een zich vooral zorgen maakt om een hogere energierekening, ziet de ander juist op tegen koken zonder gas.

Bied perspectief

Wanneer je de onderliggende behoefte van de ander hebt achterhaald en hier begrip voor hebt getoond, verandert vaak de energie in het gesprek. De ander heeft ruimte gekregen om zich te uiten en voelt zich gehoord. Daardoor neemt de boosheid af. Dat is het moment in het gesprek om perspectief te schetsen. Welke oplossing heb je voor het probleem van de ander? Iemand die opziet tegen het koken op inductie, kun je bijvoorbeeld een kookworkshop en nieuwe pannenset bieden. Iemand die twijfelt aan de betrouwbaarheid van een bepaald type warmtebron, kun je daarover meer informatie aanreiken.

Mijn tip is om de zorgen en oplossingen ook expliciet te benoemen. Zeg bijvoorbeeld: “Je maakt je dus vooral zorgen over de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de aansluiting op het warmtenet. Je bent bang dat je maandelijkse lasten voor verwarming omhoog gaan en dat je tijdens een strenge winter letterlijk in de kou komt te zitten. Ik kan me daar alles bij voorstellen. Wij herkennen de zorgen en we hebben goed nagedacht over de risico’s en oplossingen. Vind je het goed als ik voor je op een rijtje zet hoe we zorgen voor een betaalbare en betrouwbaar alternatief voor aardgas in jouw huis?” Met zo’n attitude en aanpak maak je als professional het verschil voor de warmtetransitie.”

Wil je alles leren over het betrekken van bewoners bij de warmtetransitie en zelf actief oefenen met de communicatievaardigheden die je daarbij nodig hebt? Doe dan mee met de tweedaagse NIWT-cursus Participatie en Communicatie.

Hoe optimaliseer je de business case voor een warmtenet?

Wat zijn de oplossingen voor de onrendabele top en hoe gaan we om met het vollooprisico? Jan Willem Zwang, specialist ontwikkeling, financiering en exploitatie van duurzame energieprojecten en docent van het NIWT, deelt de need to knows.

Uit de praktijk horen we regelmatig een kritisch geluid over de financiering van een warmtenet: “de business case voor een duurzaam warmtenet is nooit sluitend te maken.” Jan Willem Zwang is het daar niet mee eens. “Het is soms mogelijk dat je de business case niet rond krijgt. Maar dat heeft dan vooral te maken met de gekozen techniek, de beschikbare bron, of de prognose van de vraag. In sommige gebieden is een collectieve oplossing niet financieel haalbaar, bijvoorbeeld omdat de warmtevraag niet groot genoeg is om de vereiste investeringen in de infrastructuren te rechtvaardigen. Maar in het gros van de gevallen zijn er allerlei knoppen waaraan je kunt draaien om de business case van een warmtenet te optimaliseren.”

Onrendabele top

De financiering van de onrendabele top is een thema waarover nogal een misverstanden zijn, ziet Zwang, die als oprichter en eigenaar van adviesbureau Stratergy is gespecialiseerd in de ontwikkeling, financiering en exploitatie van duurzame energieprojecten, zoals initiatieven voor aardgasvrije warmte-oplossingen. “De onrendabele top in een business case is alleen onrendabel op papier. Het rendement is in hoge mate afhankelijk van aannames die je doet, bijvoorbeeld over de toekomstige prijzen van gas en elektriciteit, over onvoorziene kosten, of over de rentelasten voor leningen.”

Neem niet elke aanname voor waar aan, adviseert Zwang professionals in de warmtetransitie. “Soms zeggen partijen: ik kan 60 procent van de investeringskosten financieren met een lening met 4 procent rente. Terwijl een andere partij misschien 80 procent kan financieren met een rente van 2 procent. In veel projecten zijn er ook verschillende mogelijkheden voor externe financiering. Denk aan een subsidie vanuit een gemeente of provincie, of een korting op de erfpacht.”

Een realistisch volloopschema

Naast de onrendabele top zien professionals in de warmtetransitie het vollooprisico als een van de grootste uitdagingen voor de business case voor een warmtenet. Zwang: “De planning van de uitrol van het aantal aansluitingen is heel belangrijk om de inkomstenkant van een warmtenet goed te regelen. De planning in de business case moet echt realistisch zijn. Als de business case uitgaat van een heel groot aantal nieuwe aansluitingen in een korte periode, maar de bouwplannen vertragen of veranderen, dan ligt de financiële positie van het warmteproject jarenlang onder vuur.”

De risico’s van het volloopschema zijn heel lastig af te dekken. Aardwarmte Den Haag stond lange tijd bekend als een voorbeeld van een project waarbij het vollooprisico flink was verminderd. Maar dat liep toch niet goed af. De afspraak in Den Haag was dat drie woningcorporaties de bijdrage in de aansluitkosten (BAK) van het totale aantal woningen volgens de geschatte planning zouden betalen, ook als het bouwschema in de praktijk zou wijzigen. Maar de bouwplannen en financiële posities van de corporaties veranderden, en vervolgens hebben ook de andere investeerders zich teruggetrokken. Daardoor is het initiatief uiteindelijk failliet gegaan.”

Wat zijn de kansrijke mogelijkheden om vollooprisico’s te minimaliseren? Zwang ziet drie opties. “Je kunt afspraken maken met projectontwikkelaars over de betaling van de BAK, zodat een vertraging in de uitvoering geen grote negatieve consequenties heeft voor de financiële positie van het warmteproject. Daarnaast kan je in de projectfinanciering scherp letten op de hoogte van de BAK. Kan je de BAK zo laag mogelijk houden, zodat je er niet al te afhankelijk van bent? Of kan je vroegtijdig eigen vermogen opbouwen, zodat je een buffer hebt om eventuele tegenslagen in de aansluitingen op te vangen? Tot slot is het bij grootschalige warmtenetten soms mogelijk om een initiatief op te knippen in een aantal kleine deelprojecten, zoals voor verschillende kavels, elk met een eigen business case.” De praktijk leert bijvoorbeeld dat kleine warmtebedrijven nu extra inkomsten genereren doordat de flexibiliteit van hun warmtebron, die elektrisch wordt gevoed, wordt ingezet om bij te dragen aan de balans op het landelijke elektriciteitsnet.

De werkelijkheid versus de business case

“Een goede business case is niet alleen een kwestie van rekenen: je hebt er ook een visie op de ontwikkeling van de energiemarkt voor nodig”, drukt Zwang professionals in de warmtetransitie op het hart. “Een business case is in feite een Excelsheet met een overzicht van de kosten, baten en risico’s van een project dat je daadwerkelijk wilt realiseren. Maar het is altijd een benadering van de complexe werkelijkheid waarin je opereert. Er zitten aannames in, bijvoorbeeld over schommelingen in de prijzen voor gas en elektriciteit, en de hoogte van onvoorziene kosten. Het is heel ingewikkeld om realistische inschattingen te maken – dat vereist echt een professionele visie en een onderbouwd perspectief. De waarde van een business case bewijst zich nu eenmaal pas in de praktijk.”

Tijdens de driedaagse cursus Ontwikkelen van Warmtenetten gaan deelnemers aan de slag met cases uit de praktijk. Wat komt er allemaal kijken bij een business case voor een warmtenet? Welke stappen moet je doorlopen met welke stakeholders?

Liever de diepte in over de financiële wereld van de warmtetransitie en het onderbouwen van complexe berekeningen? Kijk dan bij de tweedaagse cursus Financiering en business case in de warmtetransitie

De warmtetransitie als interactieve opgave: welkom in Modahldam

Wat is Modahldam?

Modahldam is een stad die eruitziet als een gemiddelde stad in Nederland. Met een oud stadscentrum van voor 1900 en daaromheen vooroorlogse wijken. Vanaf de jaren ’60 is de stad flink aan het uitbreiden geweest en vanaf ’92 is er veel nieuwbouw bijgekomen ten noorden van de spoorlijn. Inmiddels wonen er ongeveer 40.000 mensen, voornamelijk in grondgebonden woningen. Voor de huidige warmtevoorziening zijn al deze woningen aangesloten op het gasnet. Kortom: een modale stad!

Waar heeft Modahldam zijn naam aan te danken?

De stad is ontworpen door Mark Wolf en Ahmad Alo, in opdracht van Christien Reichardt. Christien zocht een “doorsnee” stad met een modern tintje en werd door de naam van Ahmad Alo geïnspireerd tot een anagram (met een paar letters verschil).

Wie wonen er allemaal in Modahldam?

In Modahldam woont een doorsnee afspiegeling van de Nederlandse maatschappij. In de vinex wijken leeft de energietransitie niet zo, die huizen zijn goed geïsoleerd en de meeste daken hebben daar zonnepanelen. In de wijken waar veel goedkope huurflats staan neemt helaas de energiearmoede toe. Dat in contrast met de villawijk in het westen van de stad, waar men juist felle protesten maakt tegen de plannen voor nieuwe windmolens ‘in de achtertuin’.

En welke professionele instanties spelen een rol?

Uiteraard is de Gemeente Modahldam druk bezig met de verduurzaming van de stad. De gemeente heeft de regie in het aardgasvrij verwarmen van de stad en is daarom gesprekken aan het voeren met diverse warmtebedrijven, energieleveranciers en netbeheerders. Ook de eigenaren van de kassen in het zuidoosten en van de fabriek met behoorlijk veel restwarmte zijn belangrijke spelers. Op het industrieterrein in het noorden heeft een aantal ondernemers de handen ineengeslagen voor een lokale energie coöperatie.

Wat maakt Modahldam zo bijzonder?

Wat de stad bijzonder maakt, is dat het in feite een samen knip- en plaksel is van meer dan 10 verschillende bestaande steden en gebieden. Het is dus niet een compleet verzonnen stad, maar gebaseerd op de werkelijkheid! Dat betekent dat we daadwerkelijke data tot onze beschikking hebben over bijvoorbeeld gebouwtypen, bouwjaren, energie labels, warmtevraag etc. Ook bijzonder is dat er al projecten lopen met een geothermie- en een aquathermie bron en er een biomassacentrale staat.

Hoe wordt Modahldam gebruikt in de opleiding?

Tijdens de opleiding “Professional in de warmtetransitie” maak je direct uitgebreid kennis met Modahldam. Per module maak je samen een opdracht. Die opdrachten bouwen steeds op elkaar voort. Zo ga je bijvoorbeeld eerst kijken welke wijken zich het beste lenen voor een warmtenet, welke voor individuele oplossingen en welke voor de “aardgasvrij-ready” strategie. Vervolgens ga je die verschillende projecten helemaal uitwerken: met welke stakeholders krijg je dan te maken? Hoe ga je de participatie van bewoners opzetten? En hoe kom je met elkaar tot een sluitende businesscase? En welke afspraken leg je dan vast?

Vraag brochure aan

Hoe ziet Modahldam eruit in 2050?

Dat is precies de vraag aan de deelnemers van onze programma’s! Eén ding is zeker: de gaskraan is dan dicht en Modahldam wordt volledig voorzien van warmte door middel van een duurzame bronnenstrategie. Welke oplossing precies waar wordt gebruikt en op welke manier dat is georganiseerd… dat is aan jou!

Gratis opleidingsadvies

Ben je benieuwd of een van onze cursussen bij je past? Of heb je meer vragen over ons volledige aanbod? Onze opleidingsadviseurs helpen je graag verder! Neem gerust contact op via info@niwt.nl of bel naar 030 2006912

“Een opleiding volgen bij ons draait om direct toepasbare kennis, relevante vaardigheden en het ontwikkelen van persoonlijk leiderschap”

3 belangrijke aandachtspunten bij de PBL startanalyse

De startanalyse voor aardgasvrije buurten van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is ontwikkeld als een transparant en openbaar instrument. De startanalyse wordt dan ook veelgebruikt door gemeenten die bezig zijn met de warmtetransitie. Niek Brinkhof, adviseur van De Warmtetransitie Makers en ontwikkelaar bij het NIWT, vertelt waar je op moet letten om de startanalyse goed in te zetten en noemt de drie grootste aandachtspunten bij het interpreteren van de data.

Beperkingen

De PBL-startanalyse is een handzaam model om mee te starten, of om als controlestap te gebruiken: je krijgt snel een overzicht van oplossingsrichtingen. Omdat het een landelijk model is, is het ook mogelijk om het beeld voor verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken. “Je moet echter geen definitieve conclusies trekken uit de analyse, of er je keuze volledig op baseren”, waarschuwt Brinkhof. Wat zijn de grootste beperkingen van de startanalyse?

Momentopname

Allereerst wijst Brinkhof aan: “De informatie in de startanalyse is een momentopname van openbare data. De gegevens zijn daarom niet altijd actueel meer. En vanwege het gebruik van openbare data is de analyse niet altijd accuraat of voldoende specifiek voor de lokale situatie.”

CBS-indeling van buurten

Een tweede issue heeft ermee te maken dat de startanalyse uitgaat van de CBS-indeling van buurten. “In de Transitievisie Warmte zijn de wijken en kavels aangewezen die als eerste aardgasvrij worden. Deze indeling komt niet altijd – of eigenlijk: meestal niet – overeen met de CBS-buurten. Er kunnen bijvoorbeeld in één buurt veel verschillende soorten bebouwing zijn, waardoor er verschillende oplossingen nodig kunnen zijn. “

Aannames

Verder waarschuwt Brinkhof voor een juiste interpretatie van de resultaten van de startanalyse. “Het is een vereenvoudigd model van een complexe werkelijkheid, met allerlei aannames en meerdere aandachtspunten. Daardoor bestaat het risico dat je tot de verkeerde conclusies komt. Dat risico is natuurlijk altijd aanwezig als je een model gebruikt, maar in de warmtetransitie is het extra relevant om erop te letten. De keuze voor een aardgasvrije oplossing heeft natuurlijk een enorme impact voor een lange periode.”

Verdiepen

“Er zit heel veel informatie achter het model. De oplossing met de laagste nationale kosten wordt gepresenteerd op de kaart, maar het is niet direct inzichtelijk wat de verschillen zijn met andere oplossingen. Als het beeld dat de startanalyse schetst niet overeenkomt met het beeld dat een gemeente zelf heeft – bijvoorbeeld op basis van een andere analyse – is het raadzaam om dieper in de data te duiken.”

De WarmteTransitieMakers gebruikt voor gebiedsanalyses naast de startanalyse ook een speciale Warmtetool. Daarin worden data van de gemeente gecombineerd met kerngetallen en met calculaties van de kosten en CO2-reductie van collectieve en individuele oplossingen, zoals warmtenetten en warmtepompen. Dan ontstaat een veel gedetailleerder beeld. Het Expertisecentrum Warmte deelt ook veel kennis, factsheets en handreikingen.

  

In de NIWT-opleiding “Professional in de warmtetransitie” leer je actuele kennis over het veelzijdige werkveld én ontwikkel je de vaardigheden om de beweging naar aardgasvrij wonen daadwerkelijk verder te brengen.

3 tips voor een succesvolle publiek-private samenwerking aan de warmtetransitie

Publiek-private samenwerking is een terugkerend thema in de actuele discussies over de warmtetransitie. Ludo de Haan, directeur van NIWT, deelt 3 tips om als professional in de warmtetransitie de samenwerking tussen publieke en private partijen in goede banen te leiden.

“Publiek-private samenwerking (PPS) is een hot topic in de warmtetransitie. Er is een groeiend besef dat je alleen met een goede samenwerking tussen overheden en marktpartijen de juiste oplossing vindt voor een aardgasvrije warmtevoorziening.

Bij het NIWT merken we dat er in de warmtetransitie nog relatief weinig awareness is van het belang van PPS. In onze cursussen “Ontwikkelen van warmtenetten” en “Contracteren in de warmtetransitie” komen daarom de mogelijkheden en de voor- en nadelen van PPS uitgebreid aan bod. Hoe ziet PPS er vanuit juridisch perspectief uit? Wat is er complex aan? Wat zijn de aandachtspunten voor een gemeente?

De belangrijkste tips die we onze deelnemers meegeven:

1. Start met de stakeholders

De warmtetransitie wordt nogal eens gezien als een technisch vraagstuk, dat draait om de keuze voor een all electric aanpak, de inzet van duurzame gassen, of de aanleg van een warmtenet. Maar de organisatorische en communicatieve vraagstukken zijn minstens zo belangrijk. Welke betrokkenen zijn er? Wat zijn de verschillende belangen? Welke zorgen zijn er bij de diverse partijen? Wat zijn de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de diverse partijen? Wie draagt welke (financiële) risico’s?

Het startpunt voor een succesvol PPS-project is dan ook niet een technisch ontwerp, maar een open gesprek over de belangen, posities en risico’s van alle betrokkenen. Leg allemaal je belang op tafel en wees transparant over de bijdrage die je bereid bent te leveren aan het project. Daarmee ontstaat vertrouwen – en dat is een absolute voorwaarde voor een productieve samenwerking.

2. Let op de timing

De gemeente heeft als regisseur van de lokale warmtetransitie een sleutelrol in de opstart van PPS-projecten. De nieuwe Warmtewet geeft de gemeente een extra stevige positie, bijvoorbeeld als het gaat om de aanwijzing van kavels waar marktpartijen een warmtenet realiseren. Idealiter verkent de gemeente in een vroege fase de mogelijkheden voor PPS, en worden marktpartijen al vanaf de allereerste start van het ontwikkelproces aangehaakt om mee te denken over oplossingen. Met PPS brengt de gemeente de kennis en kunde van alle aspecten van de lokale warmteketen samen. Alle uitdagingen, issues en veranderingen kunnen dan in een vroeg stadium worden geadresseerd door partijen met de juiste expertise en ervaring.

We zien al steeds vaker dat marktpartijen echt een ontwikkelpartner worden, in plaats van uitvoerders van een strak programma van eisen dat de gemeente samen met een adviseur heeft opgesteld. Natuurlijk stelt de gemeente altijd de kaders, zoals de duurzaamheid en betaalbaarheid van een aardgasvrije warmtevoorziening. Maar als je samen met private partijen het ontwikkelproces aangaat dan kom je echt tot een samenwerking die leidt tot de gewenste resultaten.

3. Zie de kansen

PPS klinkt misschien complex, en dat is het in zekere zin ook. Maar in essentie steunt een PPS-project op een gedeelde ambitie – en dat uitgangspunt zorgt voor vertrouwen en draagvlak bij de lokale politiek én de bewoners. PPS is juridisch gezien de meest verregaande vorm van samenwerking tussen een gemeente en publieke en private partijen. Met de aanpak laten de samenwerkende partners zien gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor het succes van het project.

PPS is dan ook niet alleen een veelbelovende aanvliegroute om de technische, juridische, organisatorische en financiële issues van een aardgasvrije warmte-oplossing te tackelen, maar ook een gedegen basis voor lokaal draagvlak voor het project. Met kennis over de tools en methodieken voor PPS en vaardigheden om ermee aan de slag te gaan zijn professionals in de warmtetransitie klaar voor een succesvolle samenwerking die de warmtetransitie verder brengt.”

Met praktijkgerichte cursussen over specifieke vraagstukken in de warmtetransitie geeft NIWT startende en gevorderde professionals de inzichten en handvatten om verder te komen. Onze opleiding “Professional in de warmtetransitie” is een volledig programma om succesvol te opereren in het dynamische en complexe speelveld van de warmtetransitie.

Alles wat je moet weten over de wet- en regelgeving rond de warmtetransitie

De aanleg van een windpark, de verwerking van organisch afval tot biogas, de inzet van industriële restwarmte. Het zijn actuele thema’s die onvermijdelijk juridische vragen oproepen. “Er is zoveel wet- en regelgeving die te maken heeft met de energietransitie. Professionals staan voor complexe vraagstukken: wat speelt er, wat is de achtergrond van nieuwe ontwikkelingen, wat zijn de onderlinge verbanden tussen verschillende wetten?”, vertelt Jan Albert Timmerman, initiatiefnemer van juridisch adviesbureau RenewabLAW en docent van het NIWT.

Door de bomen het bos zien

Als oprichter van RenewabLAW (wat staat voor renewables and law) adviseert Timmerman Nederlandse organisaties die zich bezighouden met de transitie naar duurzame energie over alle juridische aspecten die spelen bij energiebesparing en hernieuwbare energie: van civielrechtelijke kwesties tot fiscale en notariële zaken. “Je hoeft als professional in de warmtetransitie niet alle specifieke wet- en regelgeving tot in detail te kennen. Je hoeft immers ook niet te weten hoe de motor van een auto werkt om erin te kunnen rijden. Je hebt in de warmtetransitie vooral een helicopterview nodig. Je moet door de bomen het bos zien en de grootste bomen kennen.”

Timmerman bespreekt in zijn bijdrage aan de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie vijf belangrijke juridische pijlers van de warmtetransitie: het Klimaatakkoord, de Omgevingswet, de Wet Collectieve Warmtevoorziening, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Gaswet (of: de Energiewet die de Gaswet en Elektriciteitswet op kort termijn vervangt). “Je kunt het Klimaatakkoord zien als een boomstam, met de vier wetten als de dikke takken. Het zijn de juridische pijlers die je inzicht geven in de algemene wettelijke kaders en die je in het oog moet houden om de meer technische en gedetailleerde wet- en regelgeving te begrijpen.”

Verhuizen tijdens de verbouwing

“Het gekke met wamtetransitie is dat we eigenlijk al aan het verhuizen zijn terwijl het huis nog moet worden gebouwd”, signaleert Timmerman. “Om de overgang te maken naar een klimaatneutrale energievoorziening is volgens het Klimaatakkoord een wijkenaanpak nodig. Maar als een gemeente nu bijvoorbeeld de keuze maakt om een wijk aardgasvrij te maken met een warmtenet, dan spelen daarbij de Wet Collectieve Warmtevoorziening, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en een aantal andere wetten en richtlijnen die nog in ontwikkeling zijn. Daarnaast kunnen burgers en bedrijven pas rechten ontlenen aan de Transitievisie Warmte als er ook een omgevingsplan is – en het is nog niet zeker wanneer de Omgevingswet die dat regelt in werking treedt. Er is in feite nog geen rechtmatigheidsgrondslag voor de lokale warmtetransitie.”

Er is dus sprake van verschillende juridische ontwikkelingen, die onderling zijn verknoopt. “We leven in een onrustig tijdsgewricht, waarin het niet zeker is welke kant de wet- en regelgeving opgaat en er eigenlijk nog geen jurisprudentie is. De opgave voor professionals in de warmtetransitie is om steeds op de hoogte te zijn van de belangrijkste juridische ontwikkelingen. Dan kan je overzicht houden over wat er speelt en tijdig de juiste vragen stellen.” Timmerman geeft het voorbeeld van een gemeente met plannen voor een all electric oplossing voor een specifieke wijk. Welke speelruimte is er dan om in de aanbesteding criteria te benoemen voor thema’s zoals netcongestie, duurzaamheid en participatie?

Voorsorteren op toekomstige wetten

Bij de toepassing van de juridische kaders is volgens Timmerman ook basiskennis nodig van aanpalende terreinen, zoals de techniek achter concepten met waterstof, de financiering van warmtenetten en het draagvlak voor de lokale warmtetransitie. “Je kunt dan beleidsplannen op een goede manier afstemmen met de wet- en regelgeving. Er zijn nu al wettelijke kaders en je kunt voorsorteren op de mogelijkheden van toekomstige wetten zoals de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. Om de metafoor van de verhuizing nog eens te gebruiken: het is natuurlijk lastig om meubels neer te zetten als een huis nog in aanbouw is. Maar we moeten zeker doorgaan met de energietransitie – en accepteren dat er straks misschien wat spullen op de verkeerde plek staan.”

Is de komst van nieuwe juridische instrumenten, zoals de Omgevingswet en de Wet Collectieve Warmtevoorziening en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, goed nieuws voor professionals in de warmtetransitie? Het juridische speelveld is straks overzichtelijker, maar niet noodzakelijkerwijs ook makkelijker, denkt Timmerman. “Met wet- en regelgeving en jurisprudentie zijn de juridische kaders duidelijker, en ontstaat er rechtszekerheid. Maar de regels kunnen de plannen van nu straks misschien belemmeren of zelfs onmogelijk maken.”

De toegevoegde waarde van wet- en regelgeving

Juridische zaken zijn geen zand in de raderen van de energietransitie, benadrukt Timmerman. “Een juridisch advies heb je niet alleen nodig als er een conflict dreigt, of als er een geschil is. Het recht is een randvoorwaarde voor onze democratische rechtsstaat en is in staat om onze klimaatdoelen daadwerkelijk verder te brengen.” Zo geven de wettelijke kaders gemeenten handvatten om onderbouwde keuzes te maken, bijvoorbeeld als het gaat om de selectie van warmtebedrijven.

“Een professional die gevoel heeft voor de actuele wet- en regelgeving kan echt van toegevoegde waarde zijn voor de warmtetransitie”, voegt Timmerman toe. “Als je een beetje de weg weet door het oerwoud van wetten en regels, dan kom je sneller tot de kern van de zaak en op het juiste moment de juiste vragen stellen aan de juiste specialisten. Vraag juridische experts dan ook om mee te denken in oplossingen en mogelijkheden. Gezien de urgentie van de klimaatcrisis is er simpelweg geen tijd meer om alleen maar te denken in juridische risico’s en onmogelijkheden.”

 

Ontwikkelingen in de wet- en regelgeving komen aan bod in de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie, die alle actuele inzichten deelt over de verschillende aspecten van de Nederlandse warmtetransitie.

In de tweedaagse cursus “Contracteren in de warmtetransitie” komen de belangrijkste wet- en regelgeving, diverse vormen van contracteren en publiek-private samenwerking nog uitgebreider aan bod.

De biomassacentrale: alles wat je altijd al wilde weten

Is een biomassacentrale een goede bron voor een duurzaam warmtenet? Het NIWT zet de voordelen, nadelen en dilemma’s van de inzet een biomassacentrale voor de warmtetransitie op een rij.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving in 2050 tot nul is teruggebracht en de warmtevoorziening dan aardgasvrij is. In de route daarnaar toe zijn volgens experts zoals het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) allerlei fossielvrije, hernieuwbare energiebronnen nodig. In de warmtetransitie wordt daarom naast onder meer wind- en zonne-energie en geothermie ook ingezet op het gebruik van een biomassacentrale.

De cijfers en feiten over biomassa

Bij biomassa denken we doorgaans aan hout, maar ook andere plantaardige materialen en dierlijke stoffen behoren ertoe. Denk aan gft-afval, oud papier, wol en mest. Het hout dat wordt verstookt in Nederlandse kachels, bioketels en biomassacentrales betreft voor een groot deel (zo’n veertig procent) reststromen uit de bosbouw, de landbouw en het landschapsbeheer in ons land. Het andere deel is afkomstig uit duurzaam gecertificeerde productiebossen in onder andere de Verenigde Staten en Europa.

In 2020 is biomassa volgens het CBS de meest gebruikte hernieuwbare energiebron in Nederland. Ruim de helft daarvan wordt ingezet voor verwarming van woningen en andere gebouwen. De afgelopen jaren is er steeds meer maatschappelijke en politieke discussie ontstaan over de duurzaamheid van biomassa en de wenselijkheid van biomassacentrales als bron voor lokale warmtenetten. 

Tegenstanders maken zich zorgen over onder andere de vernietiging van oerbossen en de gezondheidsrisico’s van houtstook. Voorstanders zien biomassa, mits aan een aantal duurzaamheidscriteria wordt voldaan, als onmisbare transitiebrandstof: een verantwoord onderdeel van de overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening, die wordt uitgefaseerd naarmate andere bronnen – zoals geothermie, aquathermie en waterstof – op grotere schaal praktisch toepasbaar worden.

De voordelen van biomassa

  • Hernieuwbaarheid. Planten en bomen die worden gebruikt voor biomassa zijn afkomstig van locaties waar nieuwe gewassen aangroeien. Biomassa is daarmee een hernieuwbaar product dat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld aardgas, in principe nooit opraakt.
  • Klimaatneutraliteit. Bij de verbranding van biomassa komt CO2 vrij, maar planten en bossen die verder groeien nemen weer CO2 op.
  • Effectiviteit. Biomassacentrales leveren warmte op een hoge temperatuur, die direct toepasbaar is voor warmtenetten die geschikt zijn voor matig tot slecht geïsoleerde woningen.
  • Betrouwbaarheid. Biomassa is een betrouwbare bron voor een warmtenet, omdat de installaties altijd kunnen draaien, ongeacht de weersomstandigheden die van invloed zijn op de beschikbaarheid van zon- en windenergie.
  • Goede voorbeelden. Er zijn volgens het ECW diverse goede voorbeelden van duurzame warmtenetten die gebruik maken van biomassacentrales.

De nadelen van biomassa

  • Klimaateffecten. De CO2-uitstoot van de productie en winning van biomassa is mogelijk niet volledig te compenseren door de afvang die plaatsvindt dankzij de nieuwe aangroei. Ook zouden biomassa gestookte ketels stikstof en fijnstof produceren.
  • Natuurschade. Houtoogst veroorzaakt mogelijk natuurschade, zoals de vernietiging van bossen en het verlies van biodiversiteit.
  • Duurzaamheid. Er zijn zorgen over de naleving van de Nederlandse duurzaamheidsregels voor hout dat wordt gebruikt voor biomassa. Er zijn bijvoorbeeld signalen dat er, ondanks certificeringen, toch oerbos terecht komt in biomassacentrales.
  • Noodzaak. Critici betwijfelen of biomassa noodzakelijk is om onze energievoorziening te verduurzamen, en pleiten voor meer focus op duurzamere alternatieven en op isolatie en andere energiebesparende maatregelen.
  • Circulariteit. Het gebruik van hout(afval) voor onze warmtevoorziening is een laagwaardige manier van hergebruik. In het licht van de transitie naar een circulaire economie zou een hoogwaardige toepassing van biomassa meer voor de hand liggen, bijvoorbeeld als grondstof voor bouwmaterialen.

De toekomst van biomassa in de warmtetransitie

In Nederland maken we nog altijd relatief weinig gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Maar het aandeel van hernieuwbare energie, dat in 2022 zo’n tien procent uitmaakt van ons totale primaire energieverbruik, is de afgelopen vijf jaar wel verdubbeld. Dat is vooral te danken aan de groeiende inzet van biomassa en windenergie. 

De verwachting is dat de toepassing van biomassa voor de Nederlandse energietransitie de komende jaren aanhoudt. Na 2030 zou de situatie kunnen veranderen, als er dan meer zon- en windenergie wordt opgewekt. In de warmtetransitie speelt biomassa dan waarschijnlijk nog altijd een belangrijke rol, met name als gevolg van de groeiende inzet van afvalverbrandingsinstallaties en biomassaketels. 

Deze toekomst is echter nog zeer onzeker. Zo zijn er signalen dat overheidssubsidies voor biomassa worden afgeschaft. Daarnaast is het mogelijk dat de vraag naar biomassa vermindert naarmate alternatieven zoals aardwarmte en waterstof een opmars doormaken. Daar komt bij dat het maatschappelijke draagvlak voor biomassa verre van vanzelfsprekend is. En draagvlak is uiteindelijk een essentiële factor om de warmtetransitie te laten slagen, toch? 

Rondleiding biomassacentrale Zaandam

Meer weten over de issues en dilemma’s rond het gebruik van biomassa voor warmtenetten? Het NIWT organiseert op woensdag 9 maart 2022 samen met kennispartner Bioforte een rondleiding door de biomassacentrale die is gekoppeld aan het warmtenet van Zaanstad. Lees hier alle informatie over het event en meld je direct aan.


De vraag welke warmtebron de juiste oplossing is voor de lokale warmtetransitie komt uitgebreid aan bod in de opleidingen en cursussen van het NIWT. Bijvoorbeeld in de opleiding Professional in de warmtetransitie en in de cursus Ontwikkelen van warmtenetten.

NIWT bijeenkomst Opleiding Professionals in de Warmtetransitie

Aardgasvrij wonen: hoe krijgen we bewoners mee in de warmtetransitie?

Het maatschappelijke draagvlak voor de transitie naar aardgasvrij wonen is geen vanzelfsprekendheid. Danielle Driessen, strategisch adviseur participatie en docent bij het NIWT, deelt de nieuwste inzichten om bewoners mee te nemen in de warmtetransitie.

Hoe betrekken we bewoners bij de lokale warmtetransitie? Hoe communiceren we effectief over aardgasvrij wonen naar verschillende inwoners? Het zijn vragen waar gemeenten, woningcorporaties en andere partijen in de warmtetransitie regelmatig mee te maken krijgen. “Lange tijd draaiden de discussies over de warmtetransitie om technische oplossingen. Inmiddels is er steeds meer belangstelling voor de sociaal-maatschappelijke aspecten van de overgang naar aardgasvrij wonen. Als professional kun je niet achter je bureau aan een plan voor een wijk werken – je moet de buurt in en midden in het speelveld staan”, zegt Danielle Driessen, zelfstandig adviseur bij Meet the Crowd en docent van het NIWT, over de actualiteit van het participatie vraagstuk in de warmtetransitie. 

Driessen ondersteunt organisaties om verbinding te maken met bewoners en andere stakeholders om maatschappelijke veranderingen verder te brengen. Momenteel is zij strategisch adviseur participatie bij het programma energietransitie van de gemeente Den Haag. Eerder ontwikkelde ze de participatieaanpak voor de Amsterdamse wijken in het Programma Aardgasvrij van de gemeente Amsterdam, en werkte ze als adviseur voor onder andere woningcorporatie Ymere en de Rabobank

Het waarom van aardgasvrij voor ogen

“De overgang naar aardgasvrij wonen komt achter de voordeur van bewoners en daar komen we alleen als mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om mee te doen. De motivatie om over te stappen op aardgasvrij heeft vaak niets te maken met duurzaamheid, maar met kosten, comfort en wat de buren doen. Er wordt daarom steeds vaker onderzoek naar het gedrag van mensen ingezet om een effectieve aanpak te ontwerpen”, zegt Driessen over actuele inzichten in de warmtetransitie.

“Uit gedragswetenschappelijk onderzoek blijkt dat veel bewoners positief staan tegenover duurzaamheid en dus de transitie naar aardgasvrij. Maar als het dichterbij komt en mensen zelf keuzes moeten maken en maatregelen moeten nemen, dan neemt de weerstand toe. Het helpt dan om bewoners in kleine stappen mee te nemen. Bijvoorbeeld door te beginnen met laagdrempelige veranderingen, zoals energiebesparing door het gebruik van led-lampen en radiatorfolie.” De grote uitdaging voor professionals is om een lange termijn doelstelling te schetsen en bewoners vervolgens stapje voor stapje mee te nemen in het proces naar aardgasvrij. “Een wijkuitvoeringsplan is een complexe puzzel, waarbij de samenwerking tussen professionals van gemeenten, woningcorporaties, energiebedrijven, tussenpersonen in de wijk en experts essentieel is. Samen maak je een plan met het einddoel voor ogen en het handelingsperspectief voor bewoners als leidraad,” zegt Driessen.

Aardgasvrij wonen voor iedereen

Participatie naar aardgasvrij wonen kan op verschillende manieren worden ingevuld: het kan gaan om meedenken over een wijkuitvoeringsplan, het organiseren van collectieve inkoop van isolatie en het faciliteren van bewoners die zelf initiatieven nemen. Het Klimaatakkoord gaat ervanuit dat gemeenten de bewoners betrekken, maar geeft geen standaardmodel voor een besluitvormingsproces waarin bewoners een rol spelen, vertelt Driessen in haar bijdrage aan de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie. “In de energietransitie hebben we een participatiemix nodig. In elke buurt bepaal je dan – afhankelijk van de samenstelling van het eigendom van de woningen, de motivaties van bewoners en de uitkomsten van technisch onderzoek – op welk participatieniveau de bewoners worden betrokken. De aanpak begint met een grondige kennis over de wijk, de mensen die er wonen en hun zorgen en wensen. Daar ligt de basis voor effectieve communicatie en participatie.” 

Driessen maakt een onderscheid tussen koplopers, middenmoters en achterblijvers. Koplopers zijn geïnteresseerd in zeggenschap over de transitie naar aardgasvrij wonen, en gaan zelf aan de slag. De achterblijvers zitten in de weerstand. “De grootste groep – zo’n tachtig procent – bestaat uit de bewoners die onverschillig lijken, of denken dat ze de overstap niet kúnnen maken. Het is de moeite waard om je als professional in de middengroep te verdiepen. Wat zijn de zorgen en wensen bij aardgasvrij wonen? Gaat het bijvoorbeeld om de kosten, de overlast, of de duurzaamheid van de oplossing?” 

“Aandacht voor de middengroepen is essentieel om als professional de warmtetransitie verder te brengen”, benadrukt Driessen. “We moeten ons niet alleen richten op de koplopers of de achterblijvers. Daarmee werken we polarisatie in de hand en dat gaat ten koste van het maatschappelijke vertrouwen. En vertrouwen is juist de basis voor alle duurzame veranderingen.”

Een huis aardgasvrij maken, makkelijk maken

Om de middengroep mee te nemen in hoe ze hun huis aardgasvrij maken ziet Driessen samenwerking met professionals die al in de haarvaten van een wijk zitten als een absolute must. Via buurtkamers en zorg- en welzijnsinstellingen zijn er goede contacten te leggen. Ook energiecoaches – getrainde vrijwilligers – fungeren als ambassadeurs. “De tussenpersonen worden vaak meer vertrouwd dan een anonieme gemeente die een brief stuurt”. Verder is het zaak om aardgasvrij wonen zo makkelijk mogelijk te maken voor de bewoners en de voordelen te benadrukken. Laat huurders bijvoorbeeld zelf een inductiekookplaat kiezen en laat bewoners het koken op inductie uitproberen.”

Besef dat bewoners tijd en kennis nodig hebben voordat zij hun huis aardgasvrij maken, drukt Driessen professionals op het hart. “Het is niet realistisch om te denken dat je een plan presenteert en dat mensen dan tekenen bij het kruisje. Zorg daarom voor een goed verhaal en geef bewoners de tijd en ruimte om te worden geïnformeerd.”

Wil je zelf aan de slag met het vormgeven van een participatie aanpak? Bekijk dan onze tweedaagse cursus “Participatie en Communicatie”. Participatie is ook een van de onderwerpen van de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie, die alle actuele inzichten deelt over de verschillende aspecten van de Nederlandse warmtetransitie en aandacht besteed aan transitievaardigheden: de skills die nodig zijn om daadwerkelijk impact te maken. 

Back To Top