Nieuwe wetgeving geeft gemeenten meer verantwoordelijkheden, instrumenten én verwachtingen om woningen en gebouwen richting duurzame warmte te begeleiden. Als opleidingsinstituut zien we dagelijks hoeveel kennis nodig is om dit goed te doen. Daarom zetten we vijf essentiële inzichten voor je op een rij. Kennis die je helpt om sterker, gerichter en met meer vertrouwen te werken aan de warmtetransitie in jouw gemeente.
1. Een centrale regierol voor gemeenten dankzij de Wet collectieve warmte (Wcw)
De Wcw vervangt de oude Warmtewet en geeft gemeenten een veel centralere rol in de ontwikkeling van warmtenetten. De wet bepaalt dat niemand warmte mag leveren of transporteren zonder expliciete toestemming van de gemeente. Bovendien moeten warmtebedrijven voortaan voor minimaal 50% in publieke handen zijn. Dat zorgt voor meer grip op betaalbaarheid, transparantie en leveringszekerheid.
Een belangrijk instrument binnen deze wet zijn de warmtekavels: door de gemeente vastgestelde gebieden waarbinnen één aangewezen warmtebedrijf verantwoordelijk wordt voor levering en transport. Dit roept regelmatig de vraag op hoe dit zich verhoudt tot het warmteprogramma. In de praktijk vormt het warmteprogramma de strategische onderbouwing: hier bepaal je waar, op welke termijn en met welke oplossing je de warmtetransitie inzet. Warmtekavels volgen daarna in de juridische lijn van aanwijzing. Zo versterken beide instrumenten elkaar.
Gemeenten vragen zich vaak af wat de nieuwe eigendomseisen betekenen voor lopende concessies. De Wcw regelt dat bestaande netten in principe nog 14 tot 30 jaar geëxploiteerd mogen worden, waardoor er tijd is om samen met warmtebedrijven afspraken te maken over eigendom, governance en tarieftransparantie.
2. Het warmteprogramma als verplicht en bepalend instrument voor de uitvoeringsstrategie
Met de invoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) krijgt het warmteprogramma een juridisch verankerde status onder de Omgevingswet. Gemeenten moeten hierin vastleggen wanneer welke gebieden van het aardgas af gaan en welke alternatieven worden ingezet, inclusief onderbouwing van haalbaarheid, betaalbaarheid en participatie. De Wgiw zal naar verwachting gefaseerd in werking treden vanaf 1 juli 2026. Omdat dit instrument nieuw is en inhoudelijk veel vraagt, heeft het Rijk gemeenten extra tijd gegeven om het warmteprogramma zorgvuldig op te stellen. Gemeenten mogen dit programma uiterlijk 31 december 2027 vaststellen. Zo ontstaat ruimte voor participatie, technische onderbouwing en het doorlopen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
Een veelgestelde vraag is welke gegevens je minimaal nodig hebt voor zo’n robuust programma. De Handreiking Warmteprogramma geeft hiervoor een helder kader: warmtevraag, isolatieniveaus, alternatieven per buurt, netcapaciteit, bronnenpotentie, kostenramingen, bewonersaanpak en planningskaders. Deze handreiking wordt breed gebruikt in gemeenten en wordt door het NPLW en VNG actief ondersteund.
3. Warmtetarieven zijn voortaan gebaseerd op werkelijke kosten
Een grote verandering binnen de Wcw is dat warmtetarieven niet langer worden gekoppeld aan de gasprijs, maar aan de werkelijke kosten van aanleg, onderhoud en exploitatie. Dat maakt warmtenetten voorspelbaarder en transparanter voor bewoners én helpt gemeenten om beter te sturen op betaalbaarheid.
Tot de nieuwe systematiek volledig is ingevoerd, blijft de ACM jaarlijks de maximale warmtetarieven bepalen. Deze tarieven blijven nu nog gebaseerd op het gasreferentieprincipe, maar de overgang naar kostengebaseerde tarieven is al in gang gezet via de nieuwe Wcw. Gemeenten maken in de praktijk vaak gebruik van de jaarlijkse ACM‑tariefbesluiten om hun financiële analyses te onderbouwen.
Veel beleidsmedewerkers vragen zich af of er een landelijke methodiek komt voor het doorrekenen van kosten. De verwachting is dat het Besluit collectieve warmte (Bcw), momenteel in toetsing bij de ACM, hiervoor belangrijke richting gaat geven.
4. De Energiewet bundelt regels voor elektriciteit en gas
De nieuwe Energiewet moderniseert de energiemarkt en brengt de oude Elektriciteitswet en Gaswet samen. De wet introduceert o.a. cable pooling, waarmee meerdere installaties op één netaansluiting kunnen worden aangesloten. Dat helpt bij het omgaan met netcongestie, een factor die voor veel gemeenten bepalend is bij de keuze tussen collectieve en all-electric oplossingen.
Toch verwachten sommige gemeenten dat de Energiewet hen meer directe invloed op netbeheerders geeft. In de praktijk blijft formele stuurkracht beperkt, maar de wet versterkt wél de noodzaak tot integrale afstemming: warmteprogramma’s worden steeds vaker verbonden met regionale energie-infrastructuurplannen. Samenhang tussen isolatiemaatregelen, warmteopties en netverzwaring wordt daarmee geen keuze maar een vereiste.
5. Verduurzaming vraagt steeds meer datagedreven besluitvorming
Naast de wetswijzigingen verandert ook de informatievoorziening in het energiedomein. Zo worden digitale (slimme) meters verplicht gesteld, waardoor datakwaliteit over energiegebruik, piekbelasting en verbruiksprofielen sterk verbetert.
Voor gemeenten is dit belangrijk omdat:
- warmtescenario’s nauwkeuriger worden,
- monitoring van prestaties van warmtenetten verbetert,
- gesprekken met bewoners en warmtebedrijven meer onderbouwd kunnen plaatsvinden.
Daarnaast werkt het Rijk aan verdere uitwerking van het Besluit collectieve warmte, dat de uitvoerbaarheid van de Wcw concretiseert. Dit besluit wordt getoetst door de ACM en vormt een belangrijke basis voor de praktijk van vergunningverlening, toezicht en kwaliteitseisen.
Wat gemeenten niet mogen: herleidbare data van individuele huishoudens opvragen. Netbeheerders en leveranciers mogen verbruiksgegevens namelijk alleen gebruiken binnen de spelregels van de Energiewet en de AVG. Uitlezen is bovendien wettelijk begrensd (bijvoorbeeld maximaal één keer per dag door de netbeheerder), en bewoners kunnen het automatische uitlezen laten uitzetten.
Van facilitator naar mede-regisseur
Waar je eerder vooral faciliteerde, ben je nu mede‑regisseur van de warmtetransitie. Dat vraagt om verdieping in wetgeving, techniek, participatie én governance. Opleiden, bijleren en ervaring uitwisselen met collega’s uit andere gemeenten wordt daarmee belangrijker dan ooit.
Bij NIWT helpen we je om deze complexe materie begrijpelijk, toepasbaar en praktijkgericht te maken zodat jij binnen jouw gemeente het verschil kunt maken. Ontdek ons cursusaanbod.