skip to Main Content

De business case voor een warmteproject: wat zijn de do’s & dont’s?

Als je de business case voor een duurzaam warmteproject opstelt, zijn er verschillende knoppen om aan te draaien. Jan Willem Zwang, specialist in de ontwikkeling, financiering en exploitatie van duurzame energieprojecten en docent van NIWT, vertelt wat er komt kijken bij een business case voor een aardgasvrije warmte-oplossing.

 

De vereiste investeringen, de verwachte inkomsten en kosten en het gewenste rendement. Dat zijn de belangrijkste bouwstenen van de business case voor een collectieve warmte-oplossing. “Als je de investeringen, kosten en rendementseis op een rij hebt, dan kan je aan de knoppen gaan draaien om de gewenste opbrengsten te gaan realiseren”, vat Jan Willem Zwang samen. “Daarbij spelen naast financieringsmogelijkheden en investeringsafwegingen ook actuele omstandigheden en risico’s mee. Denk aan de mogelijkheden voor een subsidie of een lening met een lage rente, en veranderingen in de gas- en elektriciteitsprijzen.”

Jan Willem Zwang is oprichter en eigenaar van Stratergy, een adviesbureau dat is gespecialiseerd in de ontwikkeling, financiering en exploitatie van duurzame energieprojecten. Hij is al jarenlang betrokken bij de realisatie van warmteprojecten en werkte voor onder meer Essent, AVR, Eteck en AEB. Hij verzorgt de module over finance in de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie en is docent van de cursus Financiering en business case in de warmtetransitie.

Zwang onderscheidt drie soorten investeringen die nodig zijn voor warmteprojecten: in de opwek, de infrastructuur en de binneninstallaties in gebouwen. “Het is vaak heel lastig om aan de investeringskosten voor een warmtenet te sleutelen. Als je bijvoorbeeld gaat beknibbelen op het leidingenwerk, dan kan je in een latere fase van een project mogelijk niet de hoeveelheid warmte leveren die je zou willen, of er treedt veel warmteverlies op. En als je bespaart op onderhoudscontracten, dan kan dat ten koste gaan van de kwaliteit van het onderhoud en tot allerlei kosten voor reparatie of vervanging leiden.”

Terugverdiencapaciteit

Een belangrijk financieringsvraagstuk om je als warmteprofessional in te verdiepen heeft volgens Zwang te maken met de manier waarop je de totale investeringen verwacht terug te verdienen. “De basis daarvoor is meestal de prijs voor de geleverde warmte. Daarnaast spelen de bijdrage aansluitkosten (BAK) en het vastrecht mee. De maximale warmtetarieven worden jaarlijks vastgesteld door de ACM. In publiek-private samenwerkingsverbanden wordt vaak gekozen voor een prijskorting, terwijl commerciële partijen doorgaans standaard de maximale tarieven hanteren. Dat is een keuze die – net als de hoogte van de BAK – directe impact heeft op de business case.”

Een warmtenet komt in de praktijk alleen van de grond als het project rendabel is. Maar wat is rendabel precies? Zwang: “De vereiste investeringen en de terugverdiencapaciteit – die wordt bepaald door de BAK, het vastrecht en de variabele kosten voor de geleverde warmte – moeten uiteindelijk in balans zijn met de rendementseis. Maar je bepaalt zelf welk rendement je stelt. Commerciële partijen gaan soms uit van een rendement van 10 procent, terwijl een gemeente misschien 4 procent al voldoende vindt om de risico’s af te dekken.”

In drie stappen naar een business case

Om aan de slag te gaan met de business case voor een warmtenet zijn dus verschillende calculaties en afwegingen nodig. Waar start je? Wat zijn de vervolgstappen? “Het begint allemaal met een idee: je wilt een plan realiseren en daar de juiste warmte-oplossing voor vinden”, benadrukt Zwang. “Neem de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk, of de uitbreiding van een winkelcentrum of een bedrijventerrein. De warmtelevering moet aan een aantal juridische voorwaarden voldoen, en er zijn verschillende technische keuzes te maken. Na de eerste ideefase volgt daarom een heleboel uitzoekwerk. Wat is de schaalgrootte van het project? Welke lokale bronnen zijn er mogelijk, gezien de warmtevraag van de gebouwen? Daarna start je eigenlijk pas met de financiële vraagstukken. Wat zijn de kosten van de verschillende mogelijke oplossingen? Wat zijn de marktprijzen voor de aanleg van de infrastructuren? Welke kosten komen er kijken bij de aanleg en exploitatie van de bron?”

In de derde stap worden de business cases van de diverse opties uitgewerkt. Daarbij wordt verder ingezoomd op de vereiste investeringskosten, de te verwachten inkomsten en het gewenste rendement. “Elk onderdeel van de business case moet je kunnen onderbouwen. Bijvoorbeeld met offertes van leveranciers, maar ook met cijfers over de warmtetarieven en onderzoeken naar de actuele en toekomstige ontwikkelingen in de energiemarkt. Dat vraagt ook om een visie van jou als professional in de warmtetransitie. Staan financiële afwegingen voorop, of geven zaken zoals comfort of keuzevrijheid voor eindgebruikers de doorslag?”

Eyeopener

Tijdens de tweedaagse cursus Financiering en business case in de warmtetransitie deelt Zwang praktisch toepasbare inzichten, tools en cases. Deelnemers krijgen handvatten om zelf een business case op te stellen voor een warmteproject, en daarbij de verschillende risico’s te verminderen. Er komen thema’s aan bod zoals de stakeholders in het financiële landschap van de warmtetransitie, subsidiemogelijkheden en optimalisaties.

Voor veel deelnemers is de berekening van het rendement op een investering een ware eyeopener, vertelt Zwang. “Commerciële partijen hanteren naar eigen zeggen vaak lage rendementen. Maar het rendement dat jaarlijks wordt geboekt – dat vaak wordt weergegeven in het resultaat na belasting – is niet het enige waarop je moet letten. Minstens zo belangrijk zijn de kasstromen, die bestaan uit de betalingen en ontvangsten van de bankrekening. Het resultaat kan negatief zijn, maar vaak is de kasstroom dan positief. En daar kijken de aandeelhouders en banken naar: geld op de rekening.”

Let op financiële risico’s én kansen, adviseert Zwang. “Denk alleen al aan de warmteprijzen waarmee je rekent. De warmtetarieven van de ACM zijn gekoppeld aan de gasprijzen. Als jouw project sterk afhankelijk is van elektriciteit, zoals bij warmtenetten met een warmtepomp als bron, en de prijzen voor stroom dalen dan verbetert het rendement. In de energiemarkt zijn voortdurend allerlei nieuwe ontwikkelingen. Een realistische business case houdt rekening met mee- én tegenvallers.”

 

De financiering van warmteprojecten komt uitgebreid aan bod in de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie, die alle actuele inzichten deelt over de verschillende aspecten van de Nederlandse warmtetransitie. Tijdens de NIWT-cursus Financiering en business case in de warmtetransitie duik je de diepte in, en ga je zelf met praktijkvoorbeelden en business cases aan de slag. Kijk voor het volledige programma, de startdata en informatie over aanmelden op de website.

Protest Weerstand Warmtetransitie

Van weerstand naar medewerking in de warmtetransitie

De transitie naar aardgasvrij verwarmen is ingrijpend en complex, en roept regelmatig weerstand op. Hoe kun je als professional het beste mee omgaan? Christien Reichardt, manager opleidingen bij het NIWT en trainer transitievaardigheden, deelt ervaringen, inzichten en tips.

“De transitie naar duurzame warmte raakt elke Nederlander. De overstap naar aardgasvrij wonen betekent dat mensen afscheid moeten nemen van een vertrouwde warmtebron en elektrisch gaan koken. En dan is er ook nog het vooruitzicht dat de straat opengebroken wordt en de cv-ketel uit huis verdwijnt. De alternatieven voor aardgas roepen dan ook regelmatig vragen en zorgen op. Hoe werkt een elektrische warmtepomp precies? Wat zijn de gevolgen voor mijn energierekening? Wat gebeurt er in mijn meterkast als er een warmtenet in mijn buurt komt?

Het omgaan met weerstand is dan ook een veelgehoorde leervraag van de deelnemers aan onze opleidingsprogramma’s. Draagvlak is daarom een thema dat in diverse NIWT-cursussen aan bod komt.

Weerstand bestaat niet

In onze opleidingsprogramma’s werk ik graag samen met trainingsacteurs. Zij kunnen uitstekend een bewoner spelen die bezwaar maakt in de transitie naar aardgasvrij wonen. Vaak vraag ik dan: speel maar iemand met flink veel weerstand, dat helpt voor de oefening.

Ik zal nooit vergeten dat een actrice eens antwoordde: “Ik snap wel wat je me vraagt te spelen, maar realiseer je dat zoiets als weerstand helemaal niet bestaat. Vanuit mijn perspectief ben ik me niet aan het verzetten omwille van het verzet, maar ben ik vooral aan het strijden voor mijn eigen belang. In gesprekken waarin het belang niet wordt gehoord, voel ik me oprecht boos. De ander ervaart dat misschien als weerstand. Maar ík ervaar vooral dat de ander aan het drammen is en mijn perspectief daarop totaal vergeet.”

Zoek naar de behoefte

De boodschap is duidelijk: een bewoner heeft een eigen behoefte of zorg, waardoor hij of zij niet mee wil met jouw plan. Er is geen onwil, maar een ander belang. De sleutel tot succes is om ruimte te creëren voor verschillende visies en om te zoeken naar de onderliggende behoefte of drijfveer. Dat doe je door veel te luisteren, samen te vatten en in te gaan op signalen die je bij de ander opmerkt. Dan kom je erachter dat de bezwaren tegen de overstap naar aardgasvrij heel uiteenlopend zijn. Waar de een zich vooral zorgen maakt om een hogere energierekening, ziet de ander juist op tegen koken zonder gas.

Bied perspectief

Wanneer je de onderliggende behoefte van de ander hebt achterhaald en hier begrip voor hebt getoond, verandert vaak de energie in het gesprek. De ander heeft ruimte gekregen om zich te uiten en voelt zich gehoord. Daardoor neemt de boosheid af. Dat is het moment in het gesprek om perspectief te schetsen. Welke oplossing heb je voor het probleem van de ander? Iemand die opziet tegen het koken op inductie, kun je bijvoorbeeld een kookworkshop en nieuwe pannenset bieden. Iemand die twijfelt aan de betrouwbaarheid van een bepaald type warmtebron, kun je daarover meer informatie aanreiken.

Mijn tip is om de zorgen en oplossingen ook expliciet te benoemen. Zeg bijvoorbeeld: “Je maakt je dus vooral zorgen over de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de aansluiting op het warmtenet. Je bent bang dat je maandelijkse lasten voor verwarming omhoog gaan en dat je tijdens een strenge winter letterlijk in de kou komt te zitten. Ik kan me daar alles bij voorstellen. Wij herkennen de zorgen en we hebben goed nagedacht over de risico’s en oplossingen. Vind je het goed als ik voor je op een rijtje zet hoe we zorgen voor een betaalbare en betrouwbaar alternatief voor aardgas in jouw huis?” Met zo’n attitude en aanpak maak je als professional het verschil voor de warmtetransitie.”

 

Wil je alles leren over het betrekken van bewoners bij de warmtetransitie en zelf actief oefenen met de communicatievaardigheden die je daarbij nodig hebt? Doe dan mee met de tweedaagse NIWT-cursus Participatie en Communicatie.

3 tips voor een succesvolle publiek-private samenwerking aan de warmtetransitie

Publiek-private samenwerking is een terugkerend thema in de actuele discussies over de warmtetransitie. Ludo de Haan, directeur van NIWT, deelt 3 tips om als professional in de warmtetransitie de samenwerking tussen publieke en private partijen in goede banen te leiden.

“Publiek-private samenwerking (PPS) is een hot topic in de warmtetransitie. Er is een groeiend besef dat je alleen met een goede samenwerking tussen overheden en marktpartijen de juiste oplossing vindt voor een aardgasvrije warmtevoorziening.

Bij het NIWT merken we dat er in de warmtetransitie nog relatief weinig awareness is van het belang van PPS. In onze cursussen “Ontwikkelen van warmtenetten” en “Contracteren in de warmtetransitie” komen daarom de mogelijkheden en de voor- en nadelen van PPS uitgebreid aan bod. Hoe ziet PPS er vanuit juridisch perspectief uit? Wat is er complex aan? Wat zijn de aandachtspunten voor een gemeente?

De belangrijkste tips die we onze deelnemers meegeven:

1. Start met de stakeholders

De warmtetransitie wordt nogal eens gezien als een technisch vraagstuk, dat draait om de keuze voor een all electric aanpak, de inzet van duurzame gassen, of de aanleg van een warmtenet. Maar de organisatorische en communicatieve vraagstukken zijn minstens zo belangrijk. Welke betrokkenen zijn er? Wat zijn de verschillende belangen? Welke zorgen zijn er bij de diverse partijen? Wat zijn de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de diverse partijen? Wie draagt welke (financiële) risico’s?

Het startpunt voor een succesvol PPS-project is dan ook niet een technisch ontwerp, maar een open gesprek over de belangen, posities en risico’s van alle betrokkenen. Leg allemaal je belang op tafel en wees transparant over de bijdrage die je bereid bent te leveren aan het project. Daarmee ontstaat vertrouwen – en dat is een absolute voorwaarde voor een productieve samenwerking.

2. Let op de timing

De gemeente heeft als regisseur van de lokale warmtetransitie een sleutelrol in de opstart van PPS-projecten. De nieuwe Warmtewet geeft de gemeente een extra stevige positie, bijvoorbeeld als het gaat om de aanwijzing van kavels waar marktpartijen een warmtenet realiseren. Idealiter verkent de gemeente in een vroege fase de mogelijkheden voor PPS, en worden marktpartijen al vanaf de allereerste start van het ontwikkelproces aangehaakt om mee te denken over oplossingen. Met PPS brengt de gemeente de kennis en kunde van alle aspecten van de lokale warmteketen samen. Alle uitdagingen, issues en veranderingen kunnen dan in een vroeg stadium worden geadresseerd door partijen met de juiste expertise en ervaring.

We zien al steeds vaker dat marktpartijen echt een ontwikkelpartner worden, in plaats van uitvoerders van een strak programma van eisen dat de gemeente samen met een adviseur heeft opgesteld. Natuurlijk stelt de gemeente altijd de kaders, zoals de duurzaamheid en betaalbaarheid van een aardgasvrije warmtevoorziening. Maar als je samen met private partijen het ontwikkelproces aangaat dan kom je echt tot een samenwerking die leidt tot de gewenste resultaten.

3. Zie de kansen

PPS klinkt misschien complex, en dat is het in zekere zin ook. Maar in essentie steunt een PPS-project op een gedeelde ambitie – en dat uitgangspunt zorgt voor vertrouwen en draagvlak bij de lokale politiek én de bewoners. PPS is juridisch gezien de meest verregaande vorm van samenwerking tussen een gemeente en publieke en private partijen. Met de aanpak laten de samenwerkende partners zien gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor het succes van het project.

PPS is dan ook niet alleen een veelbelovende aanvliegroute om de technische, juridische, organisatorische en financiële issues van een aardgasvrije warmte-oplossing te tackelen, maar ook een gedegen basis voor lokaal draagvlak voor het project. Met kennis over de tools en methodieken voor PPS en vaardigheden om ermee aan de slag te gaan zijn professionals in de warmtetransitie klaar voor een succesvolle samenwerking die de warmtetransitie verder brengt.”

Met praktijkgerichte cursussen over specifieke vraagstukken in de warmtetransitie geeft NIWT startende en gevorderde professionals de inzichten en handvatten om verder te komen. Onze opleiding “Professional in de warmtetransitie” is een volledig programma om succesvol te opereren in het dynamische en complexe speelveld van de warmtetransitie.

Aan de slag in de warmtetransitie? Zo maak je een vliegende start!

De warmtetransitie is niet alleen groots en complex, maar ook interessant en inspirerend. Het NIWT zet op een rij wat je als (startende) professional moet weten als je aan de slag gaat in dit werkveld.

 

Wat is de warmtetransitie?

Nog 95% van de Nederlandse huishoudens is aangesloten op aardgas. De warmtevoorziening van woningen is daarmee verantwoordelijk voor 11% van de totale CO2-uitstoot in Nederland. De warmtetransitie heeft tot doel om de gebouwde omgeving te voorzien van duurzame warmte (en koeling), en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de landelijke klimaatdoelstelling: een klimaatneutrale samenleving in 2050.

In sneltreinvaart expert

Steeds meer professionals zijn inmiddels dagelijks aan de slag met de warmtetransitie. Een complexe uitdaging, waarvoor je naast specialistische expertise ook allerlei praktische en strategische skills nodig hebt. Daarom zet het NIWT zich in om mensen in deze sector te voorzien van relevante en praktijkgerichte opleidingen en cursussen. Onze 3 belangrijkste inzichten voor startende professionals op een rij:

1. De opgave is ingewikkeld én interessant

De warmtetransitie is groots en complex: er zijn veel partijen bij betrokken en uiteindelijk raakt de beweging naar een aardgasvrije gebouwde omgeving elke Nederlander. De diversiteit aan stakeholders en de maatschappelijke impact maken de warmtetransitie een spannend en ingewikkeld speelveld – maar ook een interessant en inspirerend werkterrein. Waar vinden de verschillende partners van lokale warmteprojecten een gedeelde ambitie? Hoe maken we bewoners enthousiast? Wat zijn de vernieuwende initiatieven die klaar zijn voor de toekomst?

Als professional in de warmtetransitie sta je voor een leuke en leerzame opgave, die vraagt om visie, durf, daadkracht, leiderschap en een stevige dosis overtuigingskracht. Bij het NIWT noemen we dat “Transitievaardigheden.” Samen met andere koplopers sta je aan de lat om technische, financiële, organisatorische en juridische vraagstukken op te lossen en steeds van elkaar te leren over wat er werkt (en wat niet!). Ben jij er klaar voor?

2. Er is geen one size fits all

De warmtetransitie is een ingrijpende verandering waarvoor verschillende oplossingen mogelijk zijn. Elk project is maatwerk: de lokale situatie is altijd het uitgangspunt, en er zijn geen standaard aanpakken. Zo is biomassa jarenlang gezien als de heilige graal, terwijl er nu juist discussie over is. Het potentieel van aquathermie en geothermie in Nederland is enorm, maar niet in elke regio ligt de inzet voor de hand. Er zijn hoge verwachtingen van waterstof, maar de grootschalige toepassing in de bestaande bouw laat nog op zich wachten. Ook de organisatorische modellen voor de lokale warmtetransitie zijn niet eenduidig. Welke rol wil de gemeente oppakken? Welke woningcorporaties committeren zich aan een warmtenet? Welke publieke en private partijen worden aangehaakt?

De keuze voor de juiste lokale oplossing is dan ook best een puzzel. De dynamische ontwikkelingen in de warmtetransitie betekenen dat er waarschijnlijk ook nooit een one size fits all oplossing zal ontstaan. Maar dat maakt het werkveld natuurlijk ook zo fascinerend en inspirerend. Je blijft continu leren en groeien!

3. Stakeholdermanagement is key

Het succes van de warmtetransitie valt of staat met de samenwerking tussen verschillende betrokkenen: gemeenten, woningcorporaties, warmteproducenten, energieleveranciers, netbeheerders, bouwbedrijven, ondernemers, bewoners… Stakeholdermanagement is het codewoord voor professionals die vaart willen maken met aardgasvrije projecten. Waar liggen de belangen van de verschillende partijen? Wat is het gezamenlijke belang? Welke rollen, taken en verantwoordelijkheden zijn er dan mogelijk?

Stakeholdermanagement vereist inhoudelijke kennis én praktische vaardigheden. Hoe breng je het speelveld in kaart? Welke belangen spelen er? Op welke manier activeer je de diverse stakeholders? Welke rol kies je als professional: pak je zelf het podium, of mobiliseer je je netwerk? Heb je oog voor verschuivende belangen en doelen? De expertises en ervaringen van vakgenoten en doorgewinterde specialisten zijn onmisbaar om steeds stappen vooruit te zetten. Bij NIWT zien we dat professionals in de warmtetransitie deskundige doeners zijn die aan de slag gaan met concrete uitdagingen, die continu werken aan kennis en vaardigheden, en die de juiste (kennis)partners opzoeken om verder te komen.

 

Als professional het verschil maken in de warmtetransitie? Bekijk dan onze opleiding “Professional in de warmtetransitie” een programma dat de unieke  combinatie biedt van brede kennis over het werkveld en je helpt met het ontwikkelen van transitievaardigheden.

 

Wil je maandelijks warmtetransitie nieuws en inspiratie in de je inbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief!

De warmtetransitie schreeuwt om leiderschap. Hoe krijg je mensen mee?

Het werkveld van de warmtetransitie is uitdagend en volop in beweging. Heel Nederland voorzien van een alternatief voor aardgas betekent het leggen van een complexe puzzel met gebruik van diverse duurzame bronnen en de nieuwste technologie. Kennis van nu kan morgen alweer achterhaald zijn. Bovendien is het een puzzel die we nooit eerder met elkaar hebben gelegd – de warmtetransitie kenmerkt zich door pionieren en uitproberen.

Hoe zorg je dan dat je als professional stevig staande blijft? En hoe ga je anderen mensen meekrijgen met je ambities? Christien Reichardt, ervaren trainer in invloed en persoonlijk leiderschap en manager opleidingen bij het NIWT, deelt haar tips en inzichten.

 

Weet waar je voor gaat

“Voor mij begint leiderschap met weten waar je naartoe wilt: een duidelijke stip op de horizon zetten. Met je eigen droom als houvast kun je zelf actief gaan sturen in plaats van reactief ‘dealen’ met alles wat er op je afkomt in de warmtetransitie. Je eigen doelen nastreven geeft energie én maakt dat je anderen kunt inspireren dezelfde kant op te bewegen. Daarom is het formuleren van een persoonlijke missie altijd een belangrijk onderdeel in de programma’s die ik verzorg. Vaak hebben deelnemers daar een hoop voorbereiding- en reflectietijd voor nodig, maar als ze eenmaal een persoonlijke missie geformuleerd hebben, zie je dat hun ogen gaan stralen. Dat vind ik zo mooi om te zien!”

Durf keuzes te maken

“Wat ik veel hoor bij deelnemers aan onze programma’s (zoals de brede opleiding Professional in de warmtetransitie of de training Persoonlijk leiderschap in de warmtetransitie) is dat ze het lastig vinden om te kiezen voor een bepaalde oplossing. In de warmtetransitie moeten we nu keuzes maken die grote gevolgen hebben voor de komende 10 tot 30 jaar, zonder dat we precies weten wat er in die periode gaat gebeuren. Lastig, want juist hoogopgeleide professionals zijn gewend om hun keuzes te baseren op veel onderzoek en data. Het helpt om het maken van een keuze als doel te stellen en hierop te reflecteren: “Welke keuze kan ik met de kennis van nu het beste maken? Hoe zorg ik dat die keuze voor mij verantwoord is? Wat heb ik daarvoor nog nodig?”

Growth mindset

Dat betekent volgens Christien vooral dat je een andere mindset nodig hebt. Veel startende professionals lopen vast met het idee dat ze alle kennis in huis moeten hebben om overtuigend te zijn en om stappen te zetten. “In de warmtetransitie kun je nooit alles weten. Sterker nog, er is niemand die ALLES weet over alle diverse thema’s die een rol spelen in de transitie. Mijn advies: sta jezelf toe dat je niet alles hoeft te weten en besef dat je het niet alleen hoeft te doen. Schakel de hulp in van andere experts, ga samen op onderzoek uit en zie het werken aan de opgave van de warmtetransitie als een mooie leerervaring. Het hebben van een zogeheten growth mindset geeft bewezen minder stress en meer werkplezier”.

Stem af op de ander

“Leiderschap werkt van binnen naar buiten. Het begint met zelf een stevig fundament creëren op basis van je eigen kernwaarden en je eigen missie, vervolgens wil je anderen daarin meennemen. Daarvoor heb je sterke communicatie skills nodig: je moet niet alleen overtuigend, maar ook inspirerend kunnen zijn. En kunnen omgaan met de weerstand die je als vanzelfsprekend kunt verwachten wanneer je verandering wilt teweegbrengen. Mijn belangrijkste advies daarin is: stem goed af op degene die je tegenover je hebt. Jouw verhaal klinkt richting een bestuurder met veel technische kennis heel anders dan naar een bewoner die zich zorgen maakt. Overtuigen, inspireren en omgaan met weerstand zijn vaardigheden die je goed kunt ontwikkelen en komen daarom ook uitgebreid aan bod in onze opleiding Professional in de warmtetransitie.

 

Ben je benieuwd geworden naar ons aanbod? Wil je een – geheel vrijblijvend – persoonlijk adviesgesprek om te zien hoe het NIWT je kan helpen? Stuur dan een bericht naar christien.reichardt@niwt.nl en dan neem ik contact met je op!

NIWT Energie Opleiding

25 afkortingen die je moet kennen om de warmtetransitie te doorgronden

Bij de warmtetransitie spelen ingewikkelde maatschappelijke, technische, juridische en organisatorische vraagstukken. De hoeveelheid terminologie die je in de warmtetransitie tegenkomt kan daardoor duizelingwekkend zijn. NIWT zet de betekenis en context van de belangrijkste afkortingen op een rij.

De landelijke doelstelling om woningen en andere gebouwen uiterlijk in 2050 aardgasvrij te verwarmen, betekent dat de warmtetransitie inmiddels hoog op de agenda staat bij gemeenten, provincies, waterschappen, energieleveranciers, woningcorporaties en andere betrokkenen. De opgave is omvangrijk, ingrijpend en multidisciplinair, en brengt allerlei complexe thema’s en issues mee. Rond alle ontwikkelingen is inmiddels ook een scala aan afkortingen ontstaan. Het NIWT, het onafhankelijke kennis- en opleidingsinstituut voor de warmtetransitie, gidst je door de veelgebruikte begrippen.

De warmtetransitie: van regionaal naar lokaal

In de route naar aardgasvrij wonen worden regionale en lokale doelstellingen doorvertaald naar concrete plannen voor wijken. RES, TVW en WUP zijn de kernwoorden.

  • RES: Regionale Energiestrategie, het beleidsstuk van de energieregio met de visie op de energietransitie.
  • TVW: Transitievisie Warmte, het beleidsstuk van de gemeente met de visie op de warmtetransitie.
  • WUP: Wijkuitvoeringsplan, het beleidsstuk van de gemeente met een plan voor de warmtetransitie van een wijk.

Het wat en hoe van warmtenetten

De aanleg van warmtenetten is een belangrijke route naar de klimaatneutrale gebouwde omgeving. Een warmtenet zorgt voor een efficiënte koppeling tussen de beschikbare lokale bronnen en de afnemers. Er zijn verschillende aspecten aan de collectieve aanpak: van de beschikbare bronnen tot de technische installaties.

  • ZLT, LT, MT, HT: zeer lage temperatuur, lage temperatuur, midden temperatuur en hoge temperatuur, de mogelijke temperatuurniveaus van warmtenetten. Vanuit WarmingUp, een samenwerking tussen partners die zich inzetten voor collectieve systemen die de warmtetransitie te versnellen, is een rapportage gemaakt met eenduidige definities van de verschillende begrippen.
  • TEA, TED, TEO: thermische energie uit afvalwater (TEA), drinkwater (TED) en oppervlaktewater (TEO), het gebruik van aquathermie als lokale duurzame bron voor een warmtenet.
  • WKO: warmte-koude-opslag, een energiesysteem waarbij gebruik wordt gemaakt van ondiepe aardwarmte om warmte en koude aan een woning of gebouw te leveren. Een WKO kan onderdeel zijn van een warmtenet.
  • WP: warmtepomp, een elektrische installatie die warmte onttrekt aan de lucht, de bodem of grondwater en aardgasvrije verwarming mogelijk maakt. In modulaire warmtesystemen worden luchtwarmtepompen ingezet als eerste stap naar een lokaal warmtenet.

De financiële zaken

Betaalbaarheid is een belangrijk thema in de warmtetransitie. Voor de ontwikkeling van warmtenetten betekent dat bijvoorbeeld: een goede businesscase doorrekenen, en waar mogelijk gebruik maken van subsidies.

  • Buca, de businesscase, een financieel model waarin alle investeringen, herinvesteringen, afschrijvingen, onderhoudskosten en inkomsten gedurende de looptijd van een warmtenet worden verwerkt. Een businesscase is in eerste instantie bedoeld als basis voor gesprekken tussen een woningcorporatie en een warmtebedrijf. Maar de methodiek is ook bruikbaar voor gemeenten, provincies en andere partijen die een rol spelen bij aardgasvrije projecten. Bij het Expertisecentrum Warmte vind je een template om een businesscase te maken.
  • CAPEX: capital expenditures, de vereiste investeringen in de kosten voor een project.
  • OPEX: operational expenditures, de operationele kosten voor een project.
  • BAK: de bijdrage aansluitkosten, de eenmalige aansluitkosten per gebouw om aan te sluiten op het warmtenet. Afnemers van stadsverwarming betalen vaste kosten voor de aansluiting en variabele kosten voor het verbruik. De ACM stelt de maximale variabele warmtetarieven vast, die (vooralsnog) zijn gekoppeld aan de gasprijzen.
  • SDE: Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++), een subsidieregeling van de rijksoverheid voor ondernemingen en organisaties om initiatieven die bijdragen aan CO2-reductie te ondersteunen en stimuleren. De SDE++-subsidie richt zich in 2022 onder andere op hernieuwbare warmte, zoals zonthermie, en CO2-arme warmte, waaronder aquathermie en geothermie.
  • PAW: Programma Aardgasvrije Wijken, een landelijk subsidie- en leerprogramma om bestaande woonwijken aardgasvrij te maken. Het programma ondersteunt onder meer tientallen proeftuinen.

De techniek achter de warmtetransitie

Een warmtenet transporteert warmte via ondergrondse leidingen naar woningen en andere gebouwen. Het netwerk brengt verschillende technische componenten samen om de juiste warmte af te leveren.

  • WOS: warmteoverdachtstation, een collectieve voorziening in een wijk die stadsverwarming onder de juiste druk transporteert richting afnemers.
  • WAS: warmteaangiftestation, een installatie waarmee een warmtenet warmte en/of warm tapwater levert aan de binneninstallatie van een grootzakelijke afnemer van stadsverwarming.
  • AF: afleverset (of afgifteset), een installatie waarmee een warmtenet warmte en/of warm tapwater aflevert aan de binneninstallatie van een huishouden of kleinzakelijke gebruiker. De afleverset wordt meestal gemonteerd in de ruimte voor een cv-installatie.
  • WEQ: woonequivalenten, het aantal woningen dat is aangesloten op een warmtenet, of het equivalent daarvan als het gaat om andere soorten gebouwen.

Succesfactoren voor de warmtetransitie

De warmtetransitie roept diverse organisatorische en juridische vraagstukken op, die een grote impact hebben op het succes van initiatieven, plannen en projecten.

  • PPS: publiek-private samenwerking, een veel gebruikte aanvliegroute om een warmtenet te ontwikkelen. De samenwerking gaat veel verder dan de traditionele inkoop van marktdiensten, of de aanbesteding van projectwerkzaamheden.
  • VEWA: Veiligheidsvoorschriften Warmte, regels voor veiligheid die zijn opgesteld door de warmtebedrijven van brancheorganisatie Energie-Nederland. Bedrijven die zich bezighouden met de installaties voor warmtelevering werken volgens deze veiligheidsvoorschriften.
  • WCW: Wet Collectieve Warmtevoorziening, een wetsvoorstel voor de herziening van de Warmtewet van 2014. De wet, die naar verwachting in 2023 in de Tweede Kamer wordt behandeld, heeft tot doel om de groei van collectieve warmtesystemen te ondersteunen, de transparantie over de tarieven voor stadsverwarming te waarborgen, de vereisten voor leveringszekerheid aan te scherpen en de verduurzaming van warmtenetten te stimuleren.

 

Dieper duiken in de betekenis en context van de warmtetransitie? De NIWT-cursus “Introductie in de warmtetransitie” neemt je in één dag mee in alle actuele vraagstukken van de Nederlandse warmtetransitie. Kijk voor het programma, de startdata en informatie over aanmelden op de website.

Alles wat je moet weten over de wet- en regelgeving rond de warmtetransitie

De aanleg van een windpark, de verwerking van organisch afval tot biogas, de inzet van industriële restwarmte. Het zijn actuele thema’s die onvermijdelijk juridische vragen oproepen. “Er is zoveel wet- en regelgeving die te maken heeft met de energietransitie. Professionals staan voor complexe vraagstukken: wat speelt er, wat is de achtergrond van nieuwe ontwikkelingen, wat zijn de onderlinge verbanden tussen verschillende wetten?”, vertelt Jan Albert Timmerman, initiatiefnemer van juridisch adviesbureau RenewabLAW en docent van het NIWT.

Door de bomen het bos zien

Als oprichter van RenewabLAW (wat staat voor renewables and law) adviseert Timmerman Nederlandse organisaties die zich bezighouden met de transitie naar duurzame energie over alle juridische aspecten die spelen bij energiebesparing en hernieuwbare energie: van civielrechtelijke kwesties tot fiscale en notariële zaken. “Je hoeft als professional in de warmtetransitie niet alle specifieke wet- en regelgeving tot in detail te kennen. Je hoeft immers ook niet te weten hoe de motor van een auto werkt om erin te kunnen rijden. Je hebt in de warmtetransitie vooral een helicopterview nodig. Je moet door de bomen het bos zien en de grootste bomen kennen.”

Timmerman bespreekt in zijn bijdrage aan de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie vijf belangrijke juridische pijlers van de warmtetransitie: het Klimaatakkoord, de Omgevingswet, de Wet Collectieve Warmtevoorziening, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Gaswet (of: de Energiewet die de Gaswet en Elektriciteitswet op kort termijn vervangt). “Je kunt het Klimaatakkoord zien als een boomstam, met de vier wetten als de dikke takken. Het zijn de juridische pijlers die je inzicht geven in de algemene wettelijke kaders en die je in het oog moet houden om de meer technische en gedetailleerde wet- en regelgeving te begrijpen.”

Verhuizen tijdens de verbouwing

“Het gekke met wamtetransitie is dat we eigenlijk al aan het verhuizen zijn terwijl het huis nog moet worden gebouwd”, signaleert Timmerman. “Om de overgang te maken naar een klimaatneutrale energievoorziening is volgens het Klimaatakkoord een wijkenaanpak nodig. Maar als een gemeente nu bijvoorbeeld de keuze maakt om een wijk aardgasvrij te maken met een warmtenet, dan spelen daarbij de Wet Collectieve Warmtevoorziening, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en een aantal andere wetten en richtlijnen die nog in ontwikkeling zijn. Daarnaast kunnen burgers en bedrijven pas rechten ontlenen aan de Transitievisie Warmte als er ook een omgevingsplan is – en het is nog niet zeker wanneer de Omgevingswet die dat regelt in werking treedt. Er is in feite nog geen rechtmatigheidsgrondslag voor de lokale warmtetransitie.”

Er is dus sprake van verschillende juridische ontwikkelingen, die onderling zijn verknoopt. “We leven in een onrustig tijdsgewricht, waarin het niet zeker is welke kant de wet- en regelgeving opgaat en er eigenlijk nog geen jurisprudentie is. De opgave voor professionals in de warmtetransitie is om steeds op de hoogte te zijn van de belangrijkste juridische ontwikkelingen. Dan kan je overzicht houden over wat er speelt en tijdig de juiste vragen stellen.” Timmerman geeft het voorbeeld van een gemeente met plannen voor een all electric oplossing voor een specifieke wijk. Welke speelruimte is er dan om in de aanbesteding criteria te benoemen voor thema’s zoals netcongestie, duurzaamheid en participatie?

Voorsorteren op toekomstige wetten

Bij de toepassing van de juridische kaders is volgens Timmerman ook basiskennis nodig van aanpalende terreinen, zoals de techniek achter concepten met waterstof, de financiering van warmtenetten en het draagvlak voor de lokale warmtetransitie. “Je kunt dan beleidsplannen op een goede manier afstemmen met de wet- en regelgeving. Er zijn nu al wettelijke kaders en je kunt voorsorteren op de mogelijkheden van toekomstige wetten zoals de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. Om de metafoor van de verhuizing nog eens te gebruiken: het is natuurlijk lastig om meubels neer te zetten als een huis nog in aanbouw is. Maar we moeten zeker doorgaan met de energietransitie – en accepteren dat er straks misschien wat spullen op de verkeerde plek staan.”

Is de komst van nieuwe juridische instrumenten, zoals de Omgevingswet en de Wet Collectieve Warmtevoorziening en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, goed nieuws voor professionals in de warmtetransitie? Het juridische speelveld is straks overzichtelijker, maar niet noodzakelijkerwijs ook makkelijker, denkt Timmerman. “Met wet- en regelgeving en jurisprudentie zijn de juridische kaders duidelijker, en ontstaat er rechtszekerheid. Maar de regels kunnen de plannen van nu straks misschien belemmeren of zelfs onmogelijk maken.”

De toegevoegde waarde van wet- en regelgeving

Juridische zaken zijn geen zand in de raderen van de energietransitie, benadrukt Timmerman. “Een juridisch advies heb je niet alleen nodig als er een conflict dreigt, of als er een geschil is. Het recht is een randvoorwaarde voor onze democratische rechtsstaat en is in staat om onze klimaatdoelen daadwerkelijk verder te brengen.” Zo geven de wettelijke kaders gemeenten handvatten om onderbouwde keuzes te maken, bijvoorbeeld als het gaat om de selectie van warmtebedrijven.

“Een professional die gevoel heeft voor de actuele wet- en regelgeving kan echt van toegevoegde waarde zijn voor de warmtetransitie”, voegt Timmerman toe. “Als je een beetje de weg weet door het oerwoud van wetten en regels, dan kom je sneller tot de kern van de zaak en op het juiste moment de juiste vragen stellen aan de juiste specialisten. Vraag juridische experts dan ook om mee te denken in oplossingen en mogelijkheden. Gezien de urgentie van de klimaatcrisis is er simpelweg geen tijd meer om alleen maar te denken in juridische risico’s en onmogelijkheden.”

 

Ontwikkelingen in de wet- en regelgeving komen aan bod in de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie, die alle actuele inzichten deelt over de verschillende aspecten van de Nederlandse warmtetransitie.

In de tweedaagse cursus “Contracteren in de warmtetransitie” komen de belangrijkste wet- en regelgeving, diverse vormen van contracteren en publiek-private samenwerking nog uitgebreider aan bod. 

De biomassacentrale: alles wat je altijd al wilde weten

Is een biomassacentrale een goede bron voor een duurzaam warmtenet? Het NIWT zet de voordelen, nadelen en dilemma’s van de inzet een biomassacentrale voor de warmtetransitie op een rij.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving in 2050 tot nul is teruggebracht en de warmtevoorziening dan aardgasvrij is. In de route daarnaar toe zijn volgens experts zoals het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) allerlei fossielvrije, hernieuwbare energiebronnen nodig. In de warmtetransitie wordt daarom naast onder meer wind- en zonne-energie en geothermie ook ingezet op het gebruik van een biomassacentrale.

De cijfers en feiten over biomassa

Bij biomassa denken we doorgaans aan hout, maar ook andere plantaardige materialen en dierlijke stoffen behoren ertoe. Denk aan gft-afval, oud papier, wol en mest. Het hout dat wordt verstookt in Nederlandse kachels, bioketels en biomassacentrales betreft voor een groot deel (zo’n veertig procent) reststromen uit de bosbouw, de landbouw en het landschapsbeheer in ons land. Het andere deel is afkomstig uit duurzaam gecertificeerde productiebossen in onder andere de Verenigde Staten en Europa.

In 2020 is biomassa volgens het CBS de meest gebruikte hernieuwbare energiebron in Nederland. Ruim de helft daarvan wordt ingezet voor verwarming van woningen en andere gebouwen. De afgelopen jaren is er steeds meer maatschappelijke en politieke discussie ontstaan over de duurzaamheid van biomassa en de wenselijkheid van biomassacentrales als bron voor lokale warmtenetten. 

Tegenstanders maken zich zorgen over onder andere de vernietiging van oerbossen en de gezondheidsrisico’s van houtstook. Voorstanders zien biomassa, mits aan een aantal duurzaamheidscriteria wordt voldaan, als onmisbare transitiebrandstof: een verantwoord onderdeel van de overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening, die wordt uitgefaseerd naarmate andere bronnen – zoals geothermie, aquathermie en waterstof – op grotere schaal praktisch toepasbaar worden.

De voordelen van biomassa

  • Hernieuwbaarheid. Planten en bomen die worden gebruikt voor biomassa zijn afkomstig van locaties waar nieuwe gewassen aangroeien. Biomassa is daarmee een hernieuwbaar product dat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld aardgas, in principe nooit opraakt.
  • Klimaatneutraliteit. Bij de verbranding van biomassa komt CO2 vrij, maar planten en bossen die verder groeien nemen weer CO2 op.
  • Effectiviteit. Biomassacentrales leveren warmte op een hoge temperatuur, die direct toepasbaar is voor warmtenetten die geschikt zijn voor matig tot slecht geïsoleerde woningen.
  • Betrouwbaarheid. Biomassa is een betrouwbare bron voor een warmtenet, omdat de installaties altijd kunnen draaien, ongeacht de weersomstandigheden die van invloed zijn op de beschikbaarheid van zon- en windenergie.
  • Goede voorbeelden. Er zijn volgens het ECW diverse goede voorbeelden van duurzame warmtenetten die gebruik maken van biomassacentrales.

De nadelen van biomassa

  • Klimaateffecten. De CO2-uitstoot van de productie en winning van biomassa is mogelijk niet volledig te compenseren door de afvang die plaatsvindt dankzij de nieuwe aangroei. Ook zouden biomassa gestookte ketels stikstof en fijnstof produceren.
  • Natuurschade. Houtoogst veroorzaakt mogelijk natuurschade, zoals de vernietiging van bossen en het verlies van biodiversiteit.
  • Duurzaamheid. Er zijn zorgen over de naleving van de Nederlandse duurzaamheidsregels voor hout dat wordt gebruikt voor biomassa. Er zijn bijvoorbeeld signalen dat er, ondanks certificeringen, toch oerbos terecht komt in biomassacentrales.
  • Noodzaak. Critici betwijfelen of biomassa noodzakelijk is om onze energievoorziening te verduurzamen, en pleiten voor meer focus op duurzamere alternatieven en op isolatie en andere energiebesparende maatregelen.
  • Circulariteit. Het gebruik van hout(afval) voor onze warmtevoorziening is een laagwaardige manier van hergebruik. In het licht van de transitie naar een circulaire economie zou een hoogwaardige toepassing van biomassa meer voor de hand liggen, bijvoorbeeld als grondstof voor bouwmaterialen.

De toekomst van biomassa in de warmtetransitie

In Nederland maken we nog altijd relatief weinig gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Maar het aandeel van hernieuwbare energie, dat in 2022 zo’n tien procent uitmaakt van ons totale primaire energieverbruik, is de afgelopen vijf jaar wel verdubbeld. Dat is vooral te danken aan de groeiende inzet van biomassa en windenergie. 

De verwachting is dat de toepassing van biomassa voor de Nederlandse energietransitie de komende jaren aanhoudt. Na 2030 zou de situatie kunnen veranderen, als er dan meer zon- en windenergie wordt opgewekt. In de warmtetransitie speelt biomassa dan waarschijnlijk nog altijd een belangrijke rol, met name als gevolg van de groeiende inzet van afvalverbrandingsinstallaties en biomassaketels. 

Deze toekomst is echter nog zeer onzeker. Zo zijn er signalen dat overheidssubsidies voor biomassa worden afgeschaft. Daarnaast is het mogelijk dat de vraag naar biomassa vermindert naarmate alternatieven zoals aardwarmte en waterstof een opmars doormaken. Daar komt bij dat het maatschappelijke draagvlak voor biomassa verre van vanzelfsprekend is. En draagvlak is uiteindelijk een essentiële factor om de warmtetransitie te laten slagen, toch? 

Rondleiding biomassacentrale Zaandam

Meer weten over de issues en dilemma’s rond het gebruik van biomassa voor warmtenetten? Het NIWT organiseert op woensdag 9 maart 2022 samen met kennispartner Bioforte een rondleiding door de biomassacentrale die is gekoppeld aan het warmtenet van Zaanstad. Lees hier alle informatie over het event en meld je direct aan.


De vraag welke warmtebron de juiste oplossing is voor de lokale warmtetransitie komt uitgebreid aan bod in de opleidingen en cursussen van het NIWT. Bijvoorbeeld in de opleiding Professional in de warmtetransitie en in de cursus Ontwikkelen van warmtenetten.

Warmtenet

Warmtenetten ontwikkelen: de mogelijkheden, uitdagingen en stappen

(Beeld DNWG/Enduris)

Warmtenetten leveren een belangrijke bijdrage aan de overgang naar aardgasvrij wonen. Wat komt er allemaal kijken bij de ontwikkeling en aanleg van een warmtenet? Ludo de Haan van het NIWT vertelt over de succesfactoren voor professionals die de ontwikkeling van warmtenetten verder willen brengen.

Om de doelstellingen van het Nederlandse Klimaatakkoord te halen, is het nodig dat in 2030 ongeveer 1,5 miljoen bestaande woningen zijn verduurzaamd en daardoor minder CO2 uitstoten. De warmtesector ziet de aanleg van warmtenetten als een belangrijke route naar de klimaatneutrale gebouwde omgeving die uiteindelijk in 2050 moet zijn gerealiseerd. Momenteel zijn zo’n 450.000 woningen in Nederland aangesloten op een warmtenet. Volgens het Warmtepact, een samenwerking tussen Natuur & Milieu, de Natuur- en Milieufederaties en vijf Nederlandse warmtebedrijven, is de opgave nu om nieuwe netten aan te leggen, bestaande netwerken uit te breiden en de bronnen te verduurzamen. Het Warmtepact werkt toe naar 1,2 miljoen aansluitingen op een warmtenet in 2030.

Hoe werkt een duurzaam warmtenet als onderdeel van de lokale warmtetransitie?

“Een warmtenet is altijd een middel, geen doel op zich”, benadrukt Ludo de Haan, directeur van het Nederlands Instituut voor de Warmtetransitie (NIWT). Ludo verzorgt enkele modules in de opleiding en cursussen van het NIWT en is al jarenlang actief in de warmtetransitie. Zo werkte hij bij netbeheerder Alliander, warmtebedrijf Stadsverwarming Purmerend en energiebedrijf Engie. “In de zoektocht naar een alternatief voor aardgas voor warm water in woningen kunnen verschillende bronnen een oplossing bieden, die stapsgewijs worden verbonden met de diverse wijken in een gemeente of provincie. Een aardgasvrije oplossing is dan ook in eerste instantie een uitwerking van de mogelijkheden van lokale bronnen, en een duurzaam warmtenet legt vervolgens de basis voor een onderlinge koppeling van de beschikbare lokale bronnen met de afnemers.”

Warmtenetten maken het mogelijk om de lokale warmtetransitie aan te pakken. Ludo licht toe: “Om te komen tot een duurzaam warmtenet voor een specifieke wijk, is er naast de inzet van duurzame bronnen ook aandacht nodig voor de isolatie van het vastgoed om de warmtevraag te beperken. Dat betekent bijvoorbeeld dat woningeigenaren worden gestimuleerd om isolatiemaatregelen te nemen en dat woningcorporaties worden ondersteund bij de verduurzaming van de vastgoedportefeuille.”

Hoe werkt een warmtenet als duurzame oplossing die klaar is voor de toekomst?

In 2020 ligt de gemiddelde CO2-uitstoot van warmtenetten in Nederland bijna de helft lager dan de uitstoot van een cv-ketel op aardgas, zo blijkt uit het Warmtenet Trendrapport 2021. De warmtesector verwacht dat de verdere groei van duurzame warmtebronnen leidt tot een gemiddelde CO2-reductie van zeventig procent in 2030. Daarmee zijn duurzame warmtenetten een significant onderdeel van toekomstbestendige oplossingen voor de energietransitie.

De ontwikkeling van een warmtenet bestaat uit een gefaseerde aanpak met een lange doorlooptijd, zegt Ludo, die in de NIWT-cursus “Ontwikkelen van warmtenetten” zijn kennis deelt over onder meer de toekomstige Warmtewet, de actuele marktmodellen en de governance voor warmteprojecten. De vraag “hoe werkt een warmtenet ontwikkelen in de praktijk?” staat centraal. “Welke bronnen zijn er lokaal beschikbaar? Wat is de warmtevraag van de gebouwde omgeving? Welke stakeholders zijn er nodig om de ontwikkeling van een collectieve oplossing op te starten? Welke partnerships zijn er mogelijk om tot een sluitende businesscase te komen? Hoe gaan we om met de onrendabele top: zijn er subsidies mogelijk, of zijn er partijen die een deel van het risico gaan dragen? Pas als de antwoorden op al deze vragen voldoende zijn uitgewerkt, gaat de realisatiefase van start.”

De stapsgewijze aanpak heeft als voordeel dat in de ontwikkeling van warmtenetten steeds rekening wordt gehouden met innovaties. “De verwachting is bijvoorbeeld dat warmtepompen in de nabije toekomst geschikt zijn voor woningen met een vraag naar hogetemperatuurwarmte. Daarmee kan bijvoorbeeld de inzet van onder meer biomassa worden uitgefaseerd.” De warmtesector investeert ondertussen al in onderzoeken en pilots om duurzame bronnen zoals geothermie en aquathermie toe te passen.

 

Welke stappen zijn essentieel voor de ontwikkeling van een warmtenet?

Nu gemeenten werken aan de invulling van wijkuitvoeringsplannen, worden initiatieven voor lokale warmtenetten steeds concreter. Toch duurt het al snel zo’n vijf tot tien jaar voordat de ideevorming uitmondt in projectrealisatie. Ludo: “De techniek achter een warmtenet is bewezen effectief. Maar er komen zó veel meer aspecten bij de aanleg kijken: de onderzoeken naar de warmtebronnen en -vraag, het stakeholdermanagement, de financiering, de businesscase… En vergeet vooral ook niet het maatschappelijke draagvlak en de samenwerking met alle betrokken partijen. Wie is de juiste marktpartij om de ontwikkeling, realisatie en exploitatie te verkennen? Hoe komen we in samenwerking met ontwikkelpartners tot een oplossing die duurzaam, betrouwbaar én betaalbaar is?”

Een cruciale stap in de ontwikkeling van een warmtenet heeft te maken met de inzet van de expertise van partners. “In tenders en aanbestedingen wordt nogal eens strikt voorgeschreven wat er van marktpartijen wordt gevraagd”, signaleert Ludo. “Maar je maakt beter gebruik van de expertise van je partners als je de parameters en kaders schetst waaraan aanbiedingen moeten voldoen. Op basis van de ingediende plannen kan je dan concreet aan de slag met een integrale business case waarin de kosten van alle partners worden meegenomen.”

Het goede gesprek als succesfactor 

De warmtetransitie is een relatief nieuw thema, en de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten is nog vaak het domein van business developers. Maar ook andere professionals krijgen er in toenemende mate mee te maken. Ludo: “Dat roept nieuwe vragen op over bijvoorbeeld de optimale samenwerking. Welke disciplines zijn aangehaakt? Wie doet wat? Is er intern draagvlak?”

De vraagstukken maken duidelijk dat professionals voor een succesvolle aanpak van warmtenetten niet alleen inhoudelijke kennis nodig hebben, maar ook praktische vaardigheden. “Hoe houd je overzicht over alle complexe ontwikkelingen? Hoe krijg je mensen mee? Hoe breng je een overtuigend verhaal? Hoe inspireer je collega’s en partners?” Uiteindelijk is het goede gesprek volgens Ludo een essentiële succesfactor. “Als je de belangen van de diverse betrokkenen op tafel legt, kan je samen werken aan een oplossing die íedereen verder brengt: de gemeente, de woningcorporatie, de energieleverancier, de netbeheerder en – natuurlijk – de bewoners voor wie je het uiteindelijk allemaal doet.”

Met de driedaagse NIWT-cursus Ontwikkelen van warmtenetten krijgt je als professional inzicht in alle aspecten van het vraagstuk. Samen met vakgenoten leer je de ontwikkeling van een lokaal warmtenet te doorgronden vanuit verschillende perspectieven. Van het technische ontwerp tot de business case.

NIWT Bijeenkomst Opleiding Professionals In De Warmtetransitie

Aardgasvrij wonen: hoe krijgen we bewoners mee in de warmtetransitie?

Het maatschappelijke draagvlak voor de transitie naar aardgasvrij wonen is geen vanzelfsprekendheid. Danielle Driessen, strategisch adviseur participatie en docent bij het NIWT, deelt de nieuwste inzichten om bewoners mee te nemen in de warmtetransitie.

Hoe betrekken we bewoners bij de lokale warmtetransitie? Hoe communiceren we effectief over aardgasvrij wonen naar verschillende inwoners? Het zijn vragen waar gemeenten, woningcorporaties en andere partijen in de warmtetransitie regelmatig mee te maken krijgen. “Lange tijd draaiden de discussies over de warmtetransitie om technische oplossingen. Inmiddels is er steeds meer belangstelling voor de sociaal-maatschappelijke aspecten van de overgang naar aardgasvrij wonen. Als professional kun je niet achter je bureau aan een plan voor een wijk werken – je moet de buurt in en midden in het speelveld staan”, zegt Danielle Driessen, zelfstandig adviseur bij Meet the Crowd en docent van het NIWT, over de actualiteit van het participatie vraagstuk in de warmtetransitie. 

Driessen ondersteunt organisaties om verbinding te maken met bewoners en andere stakeholders om maatschappelijke veranderingen verder te brengen. Momenteel is zij strategisch adviseur participatie bij het programma energietransitie van de gemeente Den Haag. Eerder ontwikkelde ze de participatieaanpak voor de Amsterdamse wijken in het Programma Aardgasvrij van de gemeente Amsterdam, en werkte ze als adviseur voor onder andere woningcorporatie Ymere en de Rabobank

Het waarom van aardgasvrij voor ogen

“De overgang naar aardgasvrij wonen komt achter de voordeur van bewoners en daar komen we alleen als mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om mee te doen. De motivatie om over te stappen op aardgasvrij heeft vaak niets te maken met duurzaamheid, maar met kosten, comfort en wat de buren doen. Er wordt daarom steeds vaker onderzoek naar het gedrag van mensen ingezet om een effectieve aanpak te ontwerpen”, zegt Driessen over actuele inzichten in de warmtetransitie. 

“Uit gedragswetenschappelijk onderzoek blijkt dat veel bewoners positief staan tegenover duurzaamheid en dus de transitie naar aardgasvrij. Maar als het dichterbij komt en mensen zelf keuzes moeten maken en maatregelen moeten nemen, dan neemt de weerstand toe. Het helpt dan om bewoners in kleine stappen mee te nemen. Bijvoorbeeld door te beginnen met laagdrempelige veranderingen, zoals energiebesparing door het gebruik van led-lampen en radiatorfolie.” De grote uitdaging voor professionals is om een lange termijn doelstelling te schetsen en bewoners vervolgens stapje voor stapje mee te nemen in het proces naar aardgasvrij. “Een wijkuitvoeringsplan is een complexe puzzel, waarbij de samenwerking tussen professionals van gemeenten, woningcorporaties, energiebedrijven, tussenpersonen in de wijk en experts essentieel is. Samen maak je een plan met het einddoel voor ogen en het handelingsperspectief voor bewoners als leidraad,” zegt Driessen.

Aardgasvrij wonen voor iedereen

Participatie naar aardgasvrij wonen kan op verschillende manieren worden ingevuld: het kan gaan om meedenken over een wijkuitvoeringsplan, het organiseren van collectieve inkoop van isolatie en het faciliteren van bewoners die zelf initiatieven nemen. Het Klimaatakkoord gaat ervanuit dat gemeenten de bewoners betrekken, maar geeft geen standaardmodel voor een besluitvormingsproces waarin bewoners een rol spelen, vertelt Driessen in haar bijdrage aan de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie. “In de energietransitie hebben we een participatiemix nodig. In elke buurt bepaal je dan – afhankelijk van de samenstelling van het eigendom van de woningen, de motivaties van bewoners en de uitkomsten van technisch onderzoek – op welk participatieniveau de bewoners worden betrokken. De aanpak begint met een grondige kennis over de wijk, de mensen die er wonen en hun zorgen en wensen. Daar ligt de basis voor effectieve communicatie en participatie.” 

Driessen maakt een onderscheid tussen koplopers, middenmoters en achterblijvers. Koplopers zijn geïnteresseerd in zeggenschap over de transitie naar aardgasvrij wonen, en gaan zelf aan de slag. De achterblijvers zitten in de weerstand. “De grootste groep – zo’n tachtig procent – bestaat uit de bewoners die onverschillig lijken, of denken dat ze de overstap niet kúnnen maken. Het is de moeite waard om je als professional in de middengroep te verdiepen. Wat zijn de zorgen en wensen bij aardgasvrij wonen? Gaat het bijvoorbeeld om de kosten, de overlast, of de duurzaamheid van de oplossing?” 

“Aandacht voor de middengroepen is essentieel om als professional de warmtetransitie verder te brengen”, benadrukt Driessen. “We moeten ons niet alleen richten op de koplopers of de achterblijvers. Daarmee werken we polarisatie in de hand en dat gaat ten koste van het maatschappelijke vertrouwen. En vertrouwen is juist de basis voor alle duurzame veranderingen.”

Een huis aardgasvrij maken, makkelijk maken

Om de middengroep mee te nemen in hoe ze hun huis aardgasvrij maken ziet Driessen samenwerking met professionals die al in de haarvaten van een wijk zitten als een absolute must. Via buurtkamers en zorg- en welzijnsinstellingen zijn er goede contacten te leggen. Ook energiecoaches – getrainde vrijwilligers – fungeren als ambassadeurs. “De tussenpersonen worden vaak meer vertrouwd dan een anonieme gemeente die een brief stuurt”. Verder is het zaak om aardgasvrij wonen zo makkelijk mogelijk te maken voor de bewoners en de voordelen te benadrukken. Laat huurders bijvoorbeeld zelf een inductiekookplaat kiezen en laat bewoners het koken op inductie uitproberen.” 

Besef dat bewoners tijd en kennis nodig hebben voordat zij hun huis aardgasvrij maken, drukt Driessen professionals op het hart. “Het is niet realistisch om te denken dat je een plan presenteert en dat mensen dan tekenen bij het kruisje. Zorg daarom voor een goed verhaal en geef bewoners de tijd en ruimte om te worden geïnformeerd.”

Wil je zelf aan de slag met het vormgeven van een participatie aanpak? Bekijk dan onze tweedaagse cursus “Participatie en Communicatie”. Participatie is ook een van de onderwerpen van de NIWT-opleiding Professional in de warmtetransitie, die alle actuele inzichten deelt over de verschillende aspecten van de Nederlandse warmtetransitie en aandacht besteed aan transitievaardigheden: de skills die nodig zijn om daadwerkelijk impact te maken. 

Back To Top